Rb. Noord-Holland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7053
{gedaagde} is sinds 30 augustus 2021 eigenaar van een bedrijfsruimte in het flatgebouw van de VvE. Als lid van de VvE heeft zij vanaf het begin af aan geen van de door de algemene ledenvergadering van de VvE vastgestelde (voorschot)bijdragen betaald. Ook heeft {gedaagde} zonder toestemming van de algemene ledenvergadering van de VvE twee buitenunits door nieuwe installaties vervangen en een nieuwe derde unit geplaatst. De VvE vordert onder andere dat de rechtbank {gedaagde} veroordeelt tot betaling van haar achterstand in de betalingen van de (voorschot)bijdragen en tot verwijdering en het verwijderd houden van de buitenunits. {gedaagde} is van mening dat de breukdelen in de splitsingsakte in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid en dat de door de VvE berekende (voorschot)bijdragen daarom grotendeels niet verschuldigd zijn. Ook betoogt hij dat de buitenunits niet verwijderd hoeven worden. {gedaagde} heeft tweemaal een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter gevoerd met onder andere het verzoek tot de vernietiging van besluiten van de algemene ledenvergadering met betrekking tot de vaststelling van de (voorschot)bijdragen van 2024, en tot vervangende toestemming voor de plaatsing van een extra buitenunit en tot wijziging van de splitsingsakte. De kantonrechter heeft de verzoeken van {gedaagde} in beide procedures afgewezen. De rechtbank oordeelt dat {gedaagde} de - op grond van de in de geldende splitsingsakte opgenomen breukdelen berekende - achterstallige (voorschot)bijdragen moet betalen en toestemming nodig had voor het (laten) vervangen en plaatsen van de buitenunits. De rechtbank wijst de vorderingen van de VvE grotendeels toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl