Rb. Noord-Holland 13 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:5513
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder mondeling bestuursdwang heeft mogen toepassen en bevestigen, de lasten onder dwangsom heeft mogen opleggen en de van rechtswege verbeurde dwangsom heeft mogen invorderen. De lasten zijn opgelegd omdat op de bouwvelden van eiseres de beschermde rugstreeppad is aangetroffen in het voortplantingsseizoen. Eiseres mocht daarom op deze bouwvelden geen werkzaamheden uitvoeren. De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom uit de waarnemingen van de ecoloog en toezichthouder van verweerder blijkt dat meerdere rugstreeppadden en ook voortplantingswater binnen de bouwvelden van eiseres aanwezig waren. De door de ecologen van eiseres uitgevoerde veldbezoeken in de periode daarna en hun conclusie dat zij geen rugstreeppadden en voortplantingswater hebben waargenomen, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank niet dat aan de constateringen van de toezichthouder en ecoloog getwijfeld moet worden. Voor zover eiseres stelt dat zij na haar toezegging daartoe wel alle werkzaamheden heeft stilgelegd en zij alleen nog enige werkzaamheden moest verrichten om de bouwvelden veilig achter te laten, kan de rechtbank verweerder volgen dat uit de constateringen van de toezichthouders voldoende blijkt dat eiseres na de toezegging werkzaamheden op de bouwvelden uitvoerde. Indien die werkzaamheden inderdaad nodig waren voor de veiligheid, had eiseres hierover contact kunnen opnemen met verweerder. Dat heeft eiseres niet gedaan. Ook acht de rechtbank de begunstigingstermijn niet te kort en de opgelegde dwangsom niet te hoog. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat sprake was van een klaarblijkelijk gevaar voor een overtreding op een bouwveld en dat daarom ook een preventieve last nodig was. Over het invorderingsbesluit oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn niet is overschreden, dat wel sprake is van een overtreding en dat eiseres is aan te merken als overtreder. Ten slotte heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat van invordering dient te worden afgezien. De beroepen zijn daarom ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl