Rb. Noord-Holland 21 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:413
Eisers zijn de kinderen van erflater. Erflater was bij zijn overlijden gehuwd met gedaagde. Erflater en gedaagde waren gemeenschappelijk eigenaar van een molen, waarin ook een Bed & Breakfast werd geëxploiteerd. In deze zaak vorderen eisers, als enig erfgenamen van erflater verdeling van de gemeenschappelijke molen. De tegenvordering van gedaagde tot vestiging van het vruchtgebruik op de molen wordt toegewezen omdat zij ten tijde van het overlijden van erflater woonachtig is in de molen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat gedaagde afhankelijk is van het inkomen uit de B&B. Zij heeft verder geen inkomen, zoals een nabestaandenpensioen. Dus ook ten behoeve van de ruimte waarin de B&B wordt geëxploiteerd mag gedaagde een recht van vruchtgebruik vestigen. De rechtbank wijst de vordering tot vestiging van een vruchtgebruik op de schuur nabij de molen af. Het is niet gebleken dat gedaagde deze ruimte nodig heeft voor de exploitatie van de B&B of voor de exploitatie van haar atelier.
De uitspraak op rechtspraak.nl