Rb. Noord-Holland 9 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3773
Gedaagde sub 2 huurt een bedrijfsruimte van eisers. Eisers willen dat de huurovereenkomst met gedaagde sub 2 wordt ontbonden en dat gedaagde sub 2 de bedrijfsruimte verlaat omdat hij een forse huurachterstand heeft laten ontstaan en omdat hij zich niet als goed huurder gedraagt en de bedrijfsruimte illegaal bewoont. De kantonrechter is van oordeel dat de huurachterstand rechtvaardigt dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat gedaagde sub 2 de bedrijfsruimte moet verlaten. Het beroep op opschorting of verrekening slaagt niet en gedaagde sub 2 moet daarom ook de achterstallige huur betalen. De tegenvordering van gedaagde sub 2 wordt afgewezen omdat de schade niet aannemelijk is gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl