Rb. Noord-Holland 7 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3683

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het veroorzaken van een ontploffing bij een woning in Alkmaar en een poging daartoe bij een andere woning in Alkmaar. De rechtbank overweegt, anders dan door de raadsman betoogd, dat bij de poging sprake is van een begin van uitvoering en dat de verdachte geen beroep op vrijwillige terugtred toekomt. De verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging met brandstichting. Dit incident stond niet op zichzelf, maar is onderdeel van een reeks aan ontploffingen of pogingen daartoe bij meerdere woningen in Alkmaar, met grote impact op de direct betrokkenen, omwonende en de inwoners van de stad Alkmaar. De rechtbank rekent het bewezenverklaarde in verminderde mate aan de verdachte toe. Conform de eis van de officier van justitie legt de rechtbank aan de verdachte 38 dagen jeugddetentie en een deels voorwaardelijke werkstraf van 150 uren op, met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden. De rechtbank wijst de vordering tot schadevergoeding van twee benadeelde partijen toe. De andere benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, nu onvoldoende is gebleken dat een grondslag voor immateriële schadevergoeding bestaat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen