Rb. Noord-Holland 1 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3611
Luchtvaart; EPGV; (langdurig) vertraagde vlucht; de vervoerder heeft voldoende onderbouwd dat er omstreeks de geplande vertrekdatum van de vlucht sprake was van dusdanig gevaarlijke weersomstandigheden dat hij genoodzaakt was zijn schema te wijzigen; verzoek afgewezen
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11938019 \ CV FORM 25-7217
Uitspraakdatum: 1 april 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1 [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Société Air France
gevestigd te Roissy (Frankrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD)
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2 De feiten
2.1 De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen moest vervoeren van Le Raizet Airport (Guadeloupe) via Charles de Gaulle Airport (Frankrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport op 22 en 23 oktober 2023, met de vluchtcombinatie AF763 en AF1140.
2.2 Er heeft een schemawijziging plaatsgevonden. De passagiers zijn met vluchten AF763B en AF1340 op 23 en 24 oktober 2023 naar hun eindbestemming vervoerd, waar zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen.
2.3 De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4 De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3 Het geschil
3.1 De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; - de proceskosten.
3.2 De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de schemawijziging dan wel annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
3.3 De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4 De beoordeling
4.1 De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2 Tussen partijen is ten eerste in geschil of de vlucht voor de passagiers als geannuleerd kan worden beschouwd. De kantonrechter is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord. Zij overweegt daartoe als volgt.
4.3 Om ervoor te zorgen dat de vlucht alsnog (veilig) kon worden uitgevoerd heeft de vervoerder het vertrek uitgesteld naar de volgende dag. Om te voorkomen dat er op dezelfde dag twee vluchten met hetzelfde vluchtnummer vertrekken, heeft hij de letter ‘B’ toegevoegd aan het vluchtnummer. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat het niet is toegestaan om meerdere vluchten onder hetzelfde vluchtnummer te laten vliegen. De wijziging van het vluchtnummer betreft dan ook slechts een administratieve wijziging. De kantonrechter ziet geen reden om aan te nemen dat er in dit geval sprake is van een situatie die verder gaat dan een tijdelijke opschorting van de vluchtplanning. Er is aldus sprake van een (langdurige) vertraging, en niet van een annulering.
4.4 Dit betekent dat de vervoerder in beginsel moet compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.5 De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat er omstreeks de geplande vertrekdatum van de vlucht sprake was van dusdanig gevaarlijke weersomstandigheden dat hij genoodzaakt was zijn schema te wijzigen. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Bovendien mag het niet zo zijn dat luchtvaartmaatschappijen ertoe worden gebracht om voorrang te geven aan de handhaving en punctualiteit van hun vluchten boven de nagestreefde veiligheid van passagiers. Daarom slaagt het beroep op buitengewone omstandigheden.
4.6 Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vertraging is namelijk zo beperkt mogelijk gebleven. Er kon in de gegeven omstandigheden niet meer van de vervoerder worden verwacht. De passagiers hebben daar ook niets concreets over aangevoerd. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.7 De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5 De beslissing
De kantonrechter:
5.1 wijst het verzochte af;
5.2 veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking;
5.3 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open