Rb. Noord-Holland 12 oktober 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13880
Douanerecht. Beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
Rechtbank noord-holland
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 25/3337 en HAA 25/3338
tussenbeslissing van de meervoudige douanekamer van 12 oktober 2026
in de zaken tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te 's- [vestigingsplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. J.A. Biermasz),
en
de inspecteur van de Douane, de inspecteur.
Inleiding
Deze beroepen gaan over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van een zitzak en van het omhulsel van zo een zitzak. De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Procesverloop
Op 14 januari 2025 heeft de inspecteur aan belanghebbende een bindende tariefinlichting (bti) verstrekt voor de gevulde zitzak ‘ [type] ’ (hierna ook: ‘de [type] zitzak’ of ‘zitzak’). De inspecteur heeft de [type] zitzak in deze bti ingedeeld in GN-onderverdeling 9404 9090, als ‘andere artikelen voor bedden en dergelijke’. De geldigheidsduur van de bti loopt van 14 januari 2025 tot en met 13 januari 2028 (zaaknummer HAA 25/3338).
Ook op 14 januari 2025 heeft de inspecteur aan belanghebbende een bti verstrekt voor de ongevulde zitzak ‘ [type] ’ (hierna: het omhulsel). De inspecteur heeft het omhulsel in deze bti ingedeeld in GN-onderverdeling 6307 9098, als ‘andere geconfectioneerde artikelen van textiel’. De geldigheidsduur van de bti loopt van 14 januari 2025 tot en met 13 januari 2028 (zaaknummer HAA 25/3337).
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de bti’s. De inspecteur heeft de bezwaren bij beslissing van 11 juli 2025 afgewezen.
Belanghebbende heeft beroep ingesteld. De inspecteur heeft in beide zaken een verweerschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft in beide zaken gezamenlijk plaatsgevonden op 23 juli 2026.
Namens belanghebbende zijn verschenen [naam 1] , bijgestaan door belanghebbendes gemachtigde en diens kantoorgenoot mr. [naam 2] . De inspecteur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam 3] en [naam 4] .
Na de zitting is het onderzoek gesloten. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en belanghebbende en de inspecteur gevraagd te reageren op het voornemen van de rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. In deze tussenbeslissing is rekening gehouden met de reacties van belanghebbende en de inspecteur.
Overwegingen
Feiten
1 Op 26 april 2021 heeft de inspecteur een bti (met nummer NL BTI 2021-0171) verstrekt aan belanghebbende voor de gevulde [type] zitzak, waarin de inspecteur het product indeelde in GN-onderverdeling 9401 8000 (als ‘ander zitmeubel’). Deze bti had een geldigheidsduur tot en met 25 april 2024.
2 Op 23 augustus 2022 heeft één van de lidstaten van de Europese Unie de tariefindeling van zitzakken voorgelegd aan de Europese Commissie. Tijdens zijn 239ste vergadering (gehouden van 19 tot en met 21 december 2022) nam het Comité Douanewetboek het standpunt in dat opgevulde zitzakken moeten worden ingedeeld in de GN-onderverdeling 9404 9090 als ‘kussen (opgevuld)’.
3 De indeling van zitzakken is in de 250ste vergadering van het Comité Douanewetboek (gehouden van 4 tot en met 6 december 2023) nogmaals aan de orde geweest. Het Comité Douanewetboek heeft zich, door stemming, op het standpunt gesteld dat zitzakken, aangeduid als ‘beanbags’ moeten worden ingedeeld in GN-onderverdeling 9404 9090 en de omhulsels ervan in GN-onderverdeling 6307 9098.
4 Op 22 februari 2024 heeft belanghebbende een vernieuwing van de bti van 26 april 2021 aangevraagd voor de [type] zitzak. Zij heeft in haar aanvraag verzocht om indeling in GN-onderverdeling 9401 8000. Op 11 september 2024 heeft belanghebbende een bti aangevraagd voor het omhulsel. Ook voor het omhulsel heeft belanghebbende verzocht om indeling in GN-onderverdeling 9401 8000.
5 Tijdens de 255ste vergadering van het Comité Douanewetboek (gehouden van 24 tot en met 26 april 2024) is een ontwerpverordening voor zitzakken als de onderhavige besproken. In de ontwerpverordening wordt een gevulde zitzak ingedeeld in GN-onderverdeling 9404 9090 en een niet opgevulde zitzak zoals het omhulsel in GN-onderverdeling 6307 9098.
6 De inspecteur heeft de aanvragen voor de bti’s aangehouden in afwachting van de vaststelling van de op handen zijnde uitvoeringsverordening.
7 De Commissie heeft bij Uitvoeringsverordening 2024/3133 (hierna ook: de Uitvoeringsverordening) vastgesteld dat een omhulsel (dat moet worden opgevuld) voor een enorm groot (ongeveer 185 cm x 132 cm) rechthoekig kussen (een zogenaamde beanbag), aangeboden met twee verstelbare riemen als ‘andere geconfectioneerde artikelen’ in GN-onderverdeling 6307 9098 moet worden ingedeeld. Deze Uitvoeringsverordening is in werking getreden op 29 december 2024. Ter informatie is aan de Uitvoeringsverordening een afbeelding toegevoegd van een opgevuld omhulsel. In de motivering overweegt de Commissie dat het artikel (het omhulsel) wanneer het is opgevuld, vergelijkbaar is met een kussen en dergelijke (opgevulde) artikelen moeten worden ingedeeld in GN-post 9404 (artikelen voor bedden en dergelijke) en niet in GN-post 9401 (andere zitmeubelen). Voor de indeling van het opgevulde artikel is niet een afzonderlijke uitvoeringsverordening vastgesteld.
8 In de bijlage bij de Uitvoeringsverordening is ter informatie een afbeelding opgenomen van een opgevuld omhulsel. De uiterlijke verschijningsvorm van dit opgevuld omhulsel komt overeen met de [type] zitzak. Op grond van artikel 263, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kan iedere persoon onder bepaalde voorwaarden beroep instellen tegen handelingen die hem rechtstreeks en individueel raken. De Uitvoeringsverordening heeft algemene werking en deelt een categorie van producten in, de afbeelding dient louter ter informatie. Bovendien deelt de Uitvoeringverordening niet de [type] zitzak in, maar een omhulsel. Hoewel in de motivering ook het gevulde omhulsel wordt beschreven, wordt niet het gevulde omhulsel ingedeeld, zodat de Uitvoeringsverordening belanghebbende niet rechtstreeks en individueel raakt voor wat betreft de indeling van de [type] zitzak, nu een motivering geen rechtstreekse rechtsgevolgen heeft.
9 Op basis van de stukken van het geding, het onderzoek ter zitting en de eigen waarnemingen van de rechtbank aan de hand van een monster van de [type] zitzak en van het omhulsel tijdens de zitting van 23 juli 2026, heeft de rechtbank over de [type] zitzak en het omhulsel het volgende vastgesteld.
De [type] zitzak
10 De [type] zitzak heeft een afmeting van 190 bij 140 centimeter, een gewicht van 7,5 kilogram en een inhoud van 350 liter. De zitzak bestaat uit het omhulsel van textiel vervaardigd uit polyester, een bewegelijke vulling van piepschuim bolletjes met een doorsnede van hooguit enkele millimeters en twee verstelbare riemen van dezelfde textiel als het omhulsel die elk aan beide uiteinden zijn voorzien van musketonhaken. Het textiel is stevig en soepel, maar niet elastisch. In de randen van het omhulsel zitten in totaal zes ronde openingen, die met metalen ringen zijn afgezet. Wanneer de riemen met de musketonhaken aan verschillende openingen aan iedere weerszijde zijn vastgemaakt, krijgt de [type] zitzak een lager op de ondergrond rustend deel (zitgedeelte), en een verhoogd deel (rugleuning), beide met een licht bolle vorm vanwege de vulling. De riemen kunnen op verschillende standen worden vastgemaakt: meer of minder strak. Bij een strakke stand is het verhoogde deel hoger. De [type] zitzak wordt op de grond geplaatst om te worden gebruikt. Bij het plaatsnemen op de zitzak vormt deze zich naar de houding van het lichaam van de gebruiker en verkrijgt de zitzak een zekere stevigheid waardoor de gebruiker wordt ondersteund. Wanneer de gebruiker tegen de aangespannen zitzak naar achteren leunt tegen het bovendeel, verplaatst de vulling van de zitzak enigszins. Waar gezeten en geleund wordt, verplaatst een deel van de vulling zich naar opzij, maar zowel het zitgedeelte als de rugleuning blijven herkenbaar op hun plaats. Wanneer de gebruiker opstaat, verliest de zitzak deze stevigheid weer. De [type] zitzak is niet vormvast, dat wil zeggen dat de stoelbeleving van de zitzak het sterkst is wanneer erop gezeten wordt wanneer deze net is opgeschud. Bij herhaald gebruik bewegen in de vulling steeds meer bolletjes zich naar de zijkanten van het zitgedeelte en omhoog, zodat de gebruiker steeds lager komt te zitten. De bolletjes kunnen weer meer gelijkmatig in de zitzak worden verdeeld door de zitzak op te schudden. Wanneer de riemen worden losgemaakt, krijgt de zitzak de vorm van een groot kussen waarop kan worden gezeten en gelegen. Zonder de vastgemaakte riemen verliest de zitzak een deel van zijn stevigheid en zijn dikte, omdat de bolletjes in de vulling dan meer ruimte hebben om te bewegen. In één van de hoeken van het omhulsel is een diagonale band bevestigd, waaraan de zitzak kan worden opgetild.
Het omhulsel
11 Naast de onder rechtsoverweging 10 genoemde kenmerken beschikt het omhulsel aan één van de korte kanten over een opening waardoor deze kan worden gevuld. De opening is voorzien van zowel een rits als klittenband, en beslaat ongeveer een derde van de korte kant. Door de plaats van deze vulopening en die van de ronde openingen in de randen, zijn van de zitzak een boven- en onderkant te onderscheiden: de vulopening zit aan de onderkant. De zitzak heeft geen voor- en achterkant, dat wil zeggen dat de buitenkant van het omhulsel overal van hetzelfde uiterlijk en dezelfde kwaliteit is. De binnenkant van het omhulsel is voorzien van een dunne laag foam, ter versteviging van de stof.
Geschil en standpunten van partijen
12 In geschil is of de inspecteur in de bti’s de [type] zitzak terecht heeft ingedeeld in GN-onderverdeling 9404 9090 en het omhulsel terecht heeft ingedeeld in GN-onderverdeling 6307 9098. Meer in het bijzonder in geschil is de geldigheid van Uitvoeringsverordening 2024/3133. Standpunt belanghebbende
12 Belanghebbende meent dat de zitzak met toepassing van algemene indelingsregels 1 en 6 als ander zitmeubel moet worden ingedeeld in GN-onderverdeling 9401 8000. Het omhulsel moet met toepassing van algemene indelingsregels 1, 2a en 6 ook worden ingedeeld in GN-onderverdeling 9401 8000, omdat het omhulsel alle essentiële kenmerken van de zitzak heeft. Subsidiair meent belanghebbende dat het omhulsel met algemene indelingsregels 1 en 6 moet worden ingedeeld als deel van een zitmeubel. Belanghebbende betoogt dat het begrip zitmeubelen van GN-post 9401 zeer ruim is en dat producten zoals de zitzak nergens worden uitgesloten van indeling als zitmeubel. De vermeende instabiliteit van de zitzak kan niet een beperkend criterium zijn. Hetzelfde geldt voor het materiaal waaruit de zitzak is vervaardigd. Ook is voor de indeling als zitmeubel niet vereist dat een product een te onderscheiden zitvlak heeft. De zitzak wordt algemeen beschouwd als zitmeubel en is door zijn L-vorm ook als zodanig herkenbaar. Dat een gebruiker ook onderuitgezakt op de zitzak kan zitten en er, wanneer de riemen zijn losgemaakt, ook op kan liggen, sluit indeling als zitmeubel ook niet uit, omdat onder GN-post 9401 ook zitmeubelen vallen die tot bed kunnen worden omgevormd. In het Europese merkenrecht wordt de [type] zitzak geclassificeerd als meubel. Ten aanzien van de zitzak meent belanghebbende bovendien dat de inspecteur niet gebonden is aan Uitvoeringsverordening 2024/3133, omdat daarin alleen het omhulsel wordt ingedeeld. Standpunt inspecteur
12 De inspecteur was voorafgaand aan de vaststelling van Uitvoeringsverordening 2024/3133 met belanghebbende van mening dat de zitzak en het omhulsel moeten worden ingedeeld in GN-post 9401. Hij is evenwel gebonden aan de Uitvoeringsverordening, waardoor hij het omhulsel moet indelen in GN-post 6307 en, op basis van de motivering van de Uitvoeringsverordening, de zitzak moet indelen in GN-post 9404.
12 Belanghebbende en de inspecteur hebben de rechtbank gevraagd over de geldigheid van Uitvoeringsverordening 2024/3133 prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Toepasselijke bepalingen
12 Zie bijlage. Beoordeling van het geschil
12 Uit de door de inspecteur verstrekte informatie blijkt dat, voorafgaand aan de vaststelling van Uitvoeringsverordening 2024/3133, zitzakken in verschillende lidstaten verschillend werden ingedeeld. Op grond van artikel 57, lid 4 en artikel 58, lid 2, van het Douanewetboek van de Unie (DWU), heeft de Commissie de Uitvoeringsverordening vastgesteld om de uniforme toepassing van de GN te waarborgen.
12 De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of GN-post 9404, en in navolging daarvan GN-post 6307 de juiste GN-posten zijn voor de indeling van de [type] zitzak respectievelijk het omhulsel. GN-post 9404
12 In de Uitvoeringsverordening wordt in de motivering (in kolom 3) uitgegaan van indeling van de zitzak in GN-onderverdeling 9404 9090 als ‘artikelen voor bedden en dergelijke’.
12 GN-post 9404 omvat, volgens de bewoordingen van de post, ‘artikelen voor bedden en dergelijke’ en noemt daarvan een aantal voorbeelden (waaronder kussens, poefs en peluws). Niet elke taalversie van de GN noemt deze drie voorbeelden: Engels: “cushions, pouffes and pillows”, Duits: “Schlummerrollen und Kopfkissen”, Frans: “coussins, poufs, oreillers”, Deens: “vattæpper, dyner og puder”, Tsjechisch: “polštáře, pufy a podušky”, Italiaans: “cuscini, cuscini-poufs, guanciali”, Roemeens: “perne”. Hoewel in een aantal taalversies de poef en in alle taalversies het kussen als voorbeeld wordt genoemd, wordt de zitzak in geen van de taalversies als voorbeeld genoemd.
12 Dat een artikel niet wordt genoemd bij de voorbeelden of niet in elke taalversie is opgenomen, is op zich niet doorslaggevend, omdat het nu eenmaal voorbeelden zijn. Het zijn echter wel voorbeelden van ‘artikelen voor bedden en dergelijke’: Engels: “articles of bedding and similar furnishing”, Duits: “Bettausstattungen und ähnliche Waren”, Frans: “articles de literie et articles similaires”, Deens: “sengeudstyr og lign.”, Tsjechisch: “ložní potřeby a podobné výrobky”, Italiaans: “oggetti letterecci ed oggetti simili”, Roemeens: “articole de pat și articole similare”.
12 Het is de vraag of de [type] zitzak is aan te merken als een ‘artikel voor bedden en dergelijke’. Zowel met vastgemaakte riemen (en dus met een onderscheiden zitgedeelte en rugleuning) als met losgemaakte riemen, wordt de zitzak op de grond geplaatst en zelfstandig gebruikt. De zitzak is vanwege zijn vervormbaarheid niet als zodanig aan te merken als bed of als matras. Hoewel de zitzak met losgemaakte riemen de vorm heeft van een groot kussen, waarop kan worden gezeten en gelegen, is het niet een kussen in de zin van beddengoed. Het wordt immers niet gebruikt op, samen met, of in relatie tot een bed of ander op een bed gelijkend artikel.
12 Ook de GS-toelichtingen op GS-posten 9401 en 9404 verwijzen naar kussens en matrassen als delen van bedden (of stoelen) wanneer zij separaat worden aangeboden. De [type] zitzak is niet een kussen (of matras) in die zin, omdat het een zelfstandig te gebruiken artikel is.
12 Toch zou overwogen kunnen worden dat GN-post 9404 van alle in aanmerking komende GN-posten het beste past op de [type] zitzak, omdat deze op een kussen of een poef lijkt. De vraag rijst dan echter of daarmee de uniforme toepassing van de GN gewaarborgd is. In eerdere uitvoeringsverordeningen (die allemaal nog van kracht zijn) werd indeling in GN-post 9404 overwogen en op de volgende gronden buiten toepassing gelaten: - Uitvoeringsverordening 349/2014, over de indeling van een hondenmand: “Indeling onder post 9404 is eveneens uitgesloten, omdat manden van textiel niet soortgelijk zijn aan artikelen voor bedden en dergelijke. Bovendien heeft het artikel geen aanvullende elementen die wijzen op gebruik als artikel voor bedden”; - Uitvoeringsverordening 2017/2247, over de indeling van een verwarmingsmat: “Indeling onder post 9404 als artikelen voor bedden en dergelijke (matrassen of kussens) is ook uitgesloten, aangezien het artikel niet is bedoeld om op of in bedden te worden geplaatst.”; - Uitvoeringsverordening 2019/926, over de indeling van een kampeer- of strandmat: “Indeling van het artikel onder post 9404 als artikelen voor bedden en dergelijke, zoals matrassen, is uitgesloten, aangezien het artikel niet is ontworpen voor het stofferen van een bed en het niet soortgelijk is aan een matras of iets dergelijks.”; - Uitvoeringsverordening 2023/1057, over de indeling van een koelmat: “Indeling onder post 9404 als artikelen voor bedden en dergelijke is uitgesloten, omdat de koelmat voornamelijk bedoeld is om een verkoelend effect te leveren. De functie ervan is dus niet vergelijkbaar met die van artikelen voor bedden en dergelijke als bedoeld bij post 9404”.
12 De rechtbank vraagt zich af of de motiveringen die ten grondslag liggen aan genoemde verschillende uitvoeringsverordeningen bijdragen aan een uniforme toepassing van de GN, dat wil zeggen of de uitleg van GN-post 9404 in de verschillende uitvoeringsverordeningen consistent is. Wanneer de motivering uit de (eerdere) vier verordeningen wordt toegepast op de [type] zitzak, zou deze worden uitgesloten van indeling in GN-post 9404, omdat deze niet wordt gebruikt in combinatie met een bed.
12 De rechtbank komt tot de conclusie dat de [type] zitzak niet als ‘artikelen voor bedden en dergelijke’ kan worden ingedeeld in GN-post 9404. Gelet op de overwegingen hierna over de indeling van het omhulsel van de zitzak, zal de rechtbank op grond van artikel 267 van het VWEU een prejudiciële vraag voorleggen aan het Hof van Justitie over de uitlegging van GN-post 9404. GN-post 9401 of GN-post 9403
12 Overeenkomstig aantekening 2 bij hoofdstuk 94 van de GN en de algemene opmerkingen in de GS-toelichtingen bij hoofdstuk 94 van het GS, omvatten de GN-posten 9401 en 9403 de artikelen die zijn gemaakt om op de grond te worden geplaatst en dienen ter inrichting, hoofdzakelijk voor nuttig gebruik en op vrij duurzame wijze, van met name woningen, of andere binnen- of buitenruimten, en bovendien voor menselijk gebruik bestemd zijn. Verder kunnen zij van allerlei materialen zijn gemaakt, zowel van harde materialen (steen en glas) als van zachte of flexibele materialen (leer).
28 De [type] zitzak bestaat uit een omhulsel van stevig, soepel maar niet elastisch textiel en is gevuld met piepschuim balletjes. De zitzak is dus van een zacht vervormbaar materiaal, maar is met name vanwege zijn afmeting en volume niet bijzonder geschikt om te worden meegenomen naar verschillende plaatsen. Hij wordt op de grond geplaatst en dient ter inrichting, op vrij duurzame wijze, van woningen of andere binnen- of buitenruimten. Hierdoor is de zitzak aan te merken als meubel in de zin van aantekening 2 op hoofdstuk 94, welke aantekening betrekking heeft op zowel GN-post 9401 als op GN-post 9403.
28 Om te worden ingedeeld in de door belanghebbende voorgestane GN-post 9401, moet de [type] zitzak kunnen worden aangemerkt als ‘ander zitmeubel’. Uit de eigen waarneming van de rechtbank (bestudering en testgebruik van een monster) blijkt dat de [type] zitzak bij herhaald gebruik niet geheel vormvast is. Weliswaar behoudt de [type] zitzak bij herhaald gebruik een zitvlak en een rugleuning, toch komt de gebruiker steeds iets lager te rusten omdat het deel waarop gezeten wordt, dunner wordt. Het is de vraag of deze eigenschap indeling als ander zitmeubel in GN-post 9401 uitsluit en of de [type] zitzak zich in relevante zin onderscheidt van een zitmeubel dat bestaat uit een frame van een hard materiaal gecombineerd met zachte kussens, waarin de gebruiker bij herhaald gebruik ook steeds verder wegzakt doordat de kussens vervormen. Als de [type] zitzak niet kan worden ingedeeld in GN-post 9401, is de rechtbank voorlopig van oordeel dat de zitzak een ‘ander meubel’ is van GN-post 9403, GN-onderverdeling 9403 70 00, omdat vormvastheid niet een voorwaarde is voor de indeling als ‘ander meubel’ van GN-post 9403, reeds omdat de groep van ‘andere meubelen’ te divers is voor een dergelijke beperking. GN-post 6307
28 Het voorlopige oordeel van de rechtbank over de indeling van de [type] zitzak in GN-post 9401, dan wel GN-post 9403 brengt met zich dat het omhulsel niet kan worden ingedeeld in GN-post 6307. GN-post 9401 en GN-post 9403 hebben namelijk allebei een onderverdeling voor ‘delen’. De indeling van het omhulsel volgt dan de indeling van de [type] zitzak (9401 99 90 dan wel 9403 90 90), hetgeen indeling in GN-post 6307 uitsluit.
28 Het omhulsel kan naar het voorlopig oordeel van de rechtbank niet worden gekwalificeerd als compleet (zit)meubel omdat het niet de essentiële kenmerken bevat van een compleet (zit)meubel in de zin van algemene indelingsregel 2a. De vulling, als één van de essentiële kenmerken van de [type] zitzak als (zit)meubel, ontbreekt. Het arrest Prodex staat aan dit oordeel niet in de weg. Het in te delen goed in dat arrest bevatte wel alle onderdelen van het eindproduct, maar die moesten nog worden afgewerkt. Dat het omhulsel van de [type] zitzak uitsluitend kan worden gebruikt als omhulsel van een zitzak, betekent niet dat het reeds daardoor de essentiële kenmerken van de zitzak zelf heeft.
32 De rechtbank is voorlopig van oordeel dat het omhulsel wel een deel van de zitzak is in de zin van de door het Hof van Justitie ontwikkelde jurisprudentie over delen. De [type] zitzak is een functionele eenheid die voor zijn werking afhankelijk is van het omhulsel. De rechtbank ziet zich in dit voorlopig oordeel gesteund door de GS-toelichting op hoofdstuk 94, waarin wordt toegelicht dat als delen alleen die onderdelen worden ingedeeld die aan hun vorm of andere specifieke kenmerken herkenbaar zijn als onderdelen die uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een artikel van (onder andere) GS-post 9403. Het omhulsel is als zodanig herkenbaar en voldoet dus aan dit criterium. Delen van (zit)meubelen van GN-post 9401 respectievelijk GN-post 9403 worden ingedeeld in de post zelf. Uit de indeling van de [type] zitzak in GN-post 9401 respectievelijk GN-post 9403 volgt dat het omhulsel in die GN-post wordt ingedeeld en dus niet kan worden ingedeeld in GN-post 6307.
33 Wanneer het voorlopige oordeel van de rechtbank, dat het omhulsel van de zitzak moet worden ingedeeld in GN-post 9401 of GN-post 9403, juist is, dan wordt het omhulsel in Uitvoeringsverordening 2024/3133 ten onrechte ingedeeld in GN-post 6307. De rechtbank is niet bevoegd handelingen van de instellingen van de Unie ongeldig te verklaren of anderszins buiten toepassing te laten en zal daarom op grond van artikel 267 van het VWEU hierover een prejudiciële vraag voorleggen aan het Hof van Justitie.
Beslissing
De rechtbank verzoekt het Hof van Justitie bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de volgende vragen:
1) Moet GN-post 9404 aldus worden uitgelegd dat daaronder moet worden ingedeeld een artikel met een afmeting van 190 bij 140 cm, een gewicht van 7,5 kg en een inhoud van 350 liter, dat hoofdzakelijk bestaat uit een stevig en soepel maar niet elastisch omhulsel van polyester, een vulling van piepschuim balletjes, en twee verstelbare riemen, dat op de grond wordt geplaatst en met behulp van de riemen wordt gevormd tot een zitzak met een zitgedeelte en een rugleuning?
2) Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, is dan Uitvoeringsverordening 2024/3133 ongeldig, voor zover daarin het omhulsel van de bij de eerste vraag bedoelde zitzak wordt ingedeeld als geconfectioneerd artikel van GN-post 6307?
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie naar aanleiding van het vorenstaande verzoek uitspraak heeft gedaan.
Deze tussenbeslissing is genomen door mr. W.M.C. Schipper, voorzitter, en mr. C.A. Schreuder en mr. G.J. Ebbeling, leden, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026.
griffier voorzitter
Een afschrift van deze beslissing is per post verzonden op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open.
BIJLAGE bij uitspraak in zaaknummers HAA 25/3337 en HAA 25/3338 van 12 oktober 2026
Uitvoeringsverordening 2024/2522 (de vaststelling van bijlage 1 bij verordening (EEG) nr. 2658/87, met ingang van 1 januari 2025):
GN-post 6307:
6307 Andere geconfectioneerde artikelen, (…)
(…)
6307 90 - andere
(…)
6307 90 90 - - - - andere
GN-post 9401:
9401 Stoelen, banken en andere zitmeubelen (andere dan die bedoeld bij post 9402), ook indien zij tot bed kunnen worden omgevormd, alsmede delen daarvan:
(…)
9401 80 00 - andere zitmeubelen
- delen
(…)
9401 99 90 - - - andere
GN-post 9403
9403 Andere meubelen en delen daarvan:
(…)
9403 70 00 - meubelen van kunststof
(…)
9403 90 - delen
(…)
9403 90 90 - - van andere stoffen
GN-post 9404:
9404 (…); artikelen voor bedden en dergelijke (bijvoorbeeld matrassen, dekbedden, gewatteerde dekens, kussens, poefs, peluws), met binnenvering of opgevuld met ongeacht welk materiaal, dan wel van rubber of kunststof, met celstructuur, ook indien overtrokken:
(…)
- matrassen:
(…)
9404 30 00 - slaapzakken:
(…)
9404 90 - andere:
9404 90 90 - - andere
De bijlage bij Uitvoeringsverordening 2024/3133 luidt als volgt:
Omschrijving Indeling (GN-code) Motivering
(1) (2) (3)
Een rechthoekig artikel van ongeveer 185 cm × 132 cm, vervaardigd uit dik, dicht geweven, eenkleurig textielstof van synthetische of kunstmatige vezels (100 % polyester), in de vorm van een omhulsel (dat moet worden opgevuld) voor een enorm groot rechthoekig kussen (een zogenaamde beanbag). De randen van het artikel zijn breed afgezoomd. Op de vier hoeken van de afgezoomde randen is telkens een metalen oog bevestigd, evenals op de twee langste afgezoomde randen (ongeveer op een kwart van de totale lengte van de rand, gemeten vanaf de hoek). Het artikel heeft een ritssluiting waarlangs het kan worden opgevuld. Het artikel wordt aangeboden met twee verstelbare riemen van hetzelfde textielstof als het hoofdartikel, met aan weerszijden een klikhaak. De riemen kunnen met behulp van de klikhaken aan de metalen ogen worden bevestigd om zo een deel van het kussen omhoog te brengen. (Zie afbeelding van een opgevuld omhulsel) (*) 6307 90 98 De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 7 f) op afdeling XI en de tekst van de GN-codes 6307, 6307 90 en 6307 90 98. Gelet op zijn objectieve kenmerken is het artikel, wanneer het is opgevuld, vergelijkbaar met een kussen. Het is ontworpen als een groot rechthoekig kussen en niet als een zitmeubel van post 9401 gelet op de instabiliteit ervan (waardoor het meegeeft onder het lichaamsgewicht en inzakt wanneer een gebruiker erin gaat zitten). Met toepassing van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur zou het opgevulde artikel bijgevolg worden ingedeeld onder GN-code 9404 90 90 als artikelen voor bedden en dergelijke (bijvoorbeeld kussens, poefs en peluws). Indeling van het niet-opgevulde, onafgewerkte artikel onder post 9404 als artikelen voor bedden en dergelijke is evenwel uitgesloten omdat het artikel niet de essentiële kenmerken heeft van een compleet artikel van post 9404 in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur. Het is nog niet opgevuld of aan de binnenzijde voorzien van materiaal. Aangezien het artikel een omhulsel voor een groot kussen is, is indeling onder post 6302 als beddenlinnen uitgesloten, omdat het artikel niet de objectieve kenmerken en eigenschappen van beddenlinnen van post 6302 heeft. Het bedekt een kussen of peluw niet zoals beddenlinnen dat doet (zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/966 van de Commissie (PB L, 2024/966, 27.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/966/oj)). Aangezien het artikel niet kan worden ingedeeld onder een post die specifieker is dan post 6307, moet het worden ingedeeld onder GN-code 6307 90 98 als andere geconfectioneerde artikelen, van textiel.
HIER STAAT EEN AFBEELDING.
Aantekening 2 op hoofdstuk 94 van de GN luidt als volgt:
“De artikelen (andere dan delen) bedoeld bij de posten 9401 tot en met 9403 worden slechts onder deze posten ingedeeld indien zij gemaakt zijn om op de grond te worden geplaatst.
Onder vorenbedoelde posten blijven evenwel ingedeeld, ook al zijn zij gemaakt om te worden opgehangen, aan de wand te worden bevestigd of op elkaar te worden gezet:
a. a) kasten, boekenkasten, rekken (losse planken met steunen om aan de wand te worden bevestigd daaronder begrepen) en elementenmeubelen;
b) zitmeubelen en bedden.”
GS-toelichting op GS-hoofdstuk 94:
For the purposes of this Chapter, the term “furniture” means:
( A) Any “movable” articles (not included under other more specific headings of the Nomenclature), which have the essential characteristic that they are constructed for placing on the floor or ground, and which are used, mainly with a utilitarian purpose, to equip private dwellings, hotels, theatres, cinemas, offices, churches, schools, cafés, restaurants, laboratories, hospitals, dentists’ surgeries, etc., or ships, aircraft, railway coaches, motor vehicles, caravan‑trailers or similar means of transport. (It should be noted that, for the purposes of this Chapter, articles are considered to be “movable” furniture even if they are designed for bolting, etc., to the floor, e.g., chairs for use on ships). Similar articles (seats, chairs, etc.) for use in gardens, squares, promenades, etc., are also included in this category.
(…)
Headings 94.01 to 94.03 cover articles of furniture of any material (wood, osier, bamboo, cane, plastics, base metals, glass, leather, stone, ceramics, etc.). Such furniture remains in these headings whether or not stuffed or covered, with worked or unworked surfaces, carved, inlaid, decoratively painted, fitted with mirrors or other glass fitments, or on castors, etc.
(…)
Articles of furniture presented disassembled or unassembled are to be treated as assembled articles of furniture, provided the parts are presented together. This applies whether or not the furniture incorporates sheets, fittings or other parts of glass, marble or other materials (e.g., a wooden table with a glass top, a wooden wardrobe with a mirror, a sideboard with a marble top).
PARTS
This Chapter only covers parts, whether or not in the rough, of the goods of headings 94.01 to 94.03 and 94.05, when identifiable by their shape or other specific features as parts designed solely or principally for an article of those headings. They are classified in this Chapter when not more specifically covered elsewhere.
GS-toelichting op GS-post 9401:
Subject to the exclusions mentioned below, this heading covers all seats (including those for vehicles, provided that they comply with the conditions prescribed in Note 2 to this Chapter), for example :
Lounge chairs, armchairs, folding chairs, deck chairs, infants’ high chairs and children’s seats designed to be hung on the back of other seats (including vehicle seats), grandfather chairs, benches, couches (including those with electrical heating), settees, sofas, ottomans and the like, stools (such as piano stools, draughtsmen’s stools, typists’ stools, and dual purpose stoolsteps), seats which incorporate a sound system and are suitable for use with video game consoles and machines, television or satellite receivers, as well as with DVD, music CD, MP3 or video cassette players.
(…)
Parts
The heading also covers identifiable parts of chairs or other seats, such as backs, bottoms and arm-rests (whether or not upholstered with straw or cane, stuffed or sprung), seat or backrest covers for permanent attachment to a seat, and spiral springs assembled for seat upholstery.
Separately presented cushions and mattresses, sprung, stuffed or internally fitted with any material or of cellular rubber or plastics whether or not covered, are excluded (heading 94.04) even if they are clearly specialised as parts of upholstered seats (e.g., settees, couches, sofas). When these articles are combined with other parts of seats, however, they remain classified in this heading. They also remain in this heading when presented with the seats of which they form part.
GS-toelichting op GS-post 9403:
The heading includes furnitures for:
(1) Private dwellings, hotels, etc., such as: cabinets, linen chests, bread chests, log chests; chests of drawers, tallboys; pedestals, plant stands; dressingtables; pedestal tables; wardrobes, linen presses; hall stands, umbrella stands; sideboards, dressers, cupboards; foodsafes; bedside tables; beds (including wardrobe beds, campbeds, folding beds, cots, etc.); needlework tables; stools and foot-stools (whether or not rocking) designed to rest the feet, fire screens; draughtscreens; pedestal ashtrays; music cabinets, music stands or desks; playpens; serving trolleys (whether or not fitted with a hot plate)
GS-toelichting op GS-post 9404:
“(…)
See the Explanatory Note to heading 94.01 concerning cushions or mattresses having the character of parts of seats.”
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HvJ EU 22 juni 2023, C-24/22, ECLI:EU:C:2023:507
- HvJ EU 9 februari 2023, C-635/21, ECLI:EU:C:2023:85
- HvJ EU 28 april 2022, C-72/21, ECLI:EU:C:2022:312
- HvJ EU 12 december 2013, C-450/12, ECLI:EU:C:2013:824
- HvJ EU 15 februari 2007, C-183/06, ECLI:EU:C:2007:110
- HvJ EU 10 mei 2001, C-288/99, ECLI:EU:C:2001:262
- HvJ EU 22 oktober 1987, 314/85, ECLI:EU:C:1987:452