Rb. Noord-Holland 9 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:13232

Eiseres wenst in het kader van haar transitie van man naar vrouw een geslachtsoperatie te ondergaan in Duitsland. Zij vordert dat haar zorgverzekeraar EUCare een S2-formulier verstrekt, waarmee toestemming wordt verleend om onder de dekking van de basiszorgverzekering te worden behandeld in Duitsland via de gecombineerde methode. De zorgverzekeraar weigert toestemming te verlenen en voert aan dat de door eiseres gewenste behandeling niet valt onder de zorg waarvoor dekking bestaat onder de basiszorgverzekering. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de gecombineerde methode een behandeling is die in het basispakket valt. Bovendien komt de behandeling volgens de polisvoorwaarden alleen voor vergoeding in aanmerking als deze plaatsvindt binnen een multidisciplinair genderteam. Niet is gebleken dat daarvan bij de kliniek in Duitsland sprake is. De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres daarom af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/366396 / HA ZA 25-356
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.J. Horenblas,
tegen
EUCARE INSURANCE PCC LIMITED,
te Floriana (Malta),
gedaagde partij,
hierna te noemen: EUCare,
advocaat: mr. M.E. Jannink.

De zaak in het kort

[eiseres] wenst in het kader van haar transitie van man naar vrouw een geslachtsoperatie te ondergaan in Duitsland. Zij vordert dat haar zorgverzekeraar EUCare een S2-formulier verstrekt, waarmee toestemming wordt verleend om onder de dekking van de basiszorgverzekering te worden behandeld in Duitsland via de gecombineerde methode. De zorgverzekeraar weigert toestemming te verlenen en voert aan dat de door [eiseres] gewenste behandeling niet valt onder de zorg waarvoor dekking bestaat onder de basiszorgverzekering. De rechtbank oordeelt dat [eiseres] onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de gecombineerde methode een behandeling is die in het basispakket valt. Bovendien komt de behandeling volgens de polisvoorwaarden alleen voor vergoeding in aanmerking als deze plaatsvindt binnen een multidisciplinair genderteam. Niet is gebleken dat daarvan bij de kliniek in Duitsland sprake is. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiseres] daarom af.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 10 september 2025;
- de akte van EUCare met producties 12 tot en met 14;
- de akte van [eiseres] met producties 35 tot en met 37;
- de akte van [eiseres] met producties 38 en 39;
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. De advocaten van beide partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd, welke daarmee ook uitmaken van het dossier.

1.2 Na de mondelinge behandeling is de zaak aangehouden voor minnelijk overleg. Nadat partijen vonnis hebben gevraagd, is een datum voor vonnis bepaald.

2 De relevante feiten

2.1 [eiseres] is geboren als man en identificeert zich als vrouw. Zij is in transitie en sinds 2021 is zij daarvoor in behandeling bij het UMC in Groningen (hierna: UMCG). [eiseres] wenst een geslachtsoperatie te ondergaan en het UMCG acht haar daartoe (psychisch) in staat.

2.2 [eiseres] wenst behandeld te worden via de zogeheten gecombineerde methode door de Duitse artsen Morath & Schöll. De gecombineerde methode bestaat uit twee operaties: de operatie waarmee de vagina wordt gemaakt en een (eventuele) hersteloperatie. Deze methode zou zowel functioneel als esthetisch een beter resultaat opleveren dan de in Nederland aangeboden behandelingen voor vaginaplastiek.

2.3 Sinds het verzekeringsjaar 2024 heeft [eiseres] een zorgverzekering op basis van eerst een restitutiepolis en vanaf 2025 een combinatiepolis bij EUCare, die via haar gevolmachtigde Aevitae B.V. zorgverzekeringen in Nederland aanbiedt en uitvoert.

2.4 Volgens artikel 23 van de polisvoorwaarden bestaat er recht op vergoeding van de kosten van geneeskundige zorg voor een behandeling van plastisch chirurgische aard als het gaat om correctie van primaire geslachtskenmerken bij een vastgestelde transseksualiteit. In die bepaling wordt voor een nadere toelichting wanneer er recht is op deze zorg verwezen naar de Werkwijzer beoordeling behandelingen van plastisch-chirurgische aard (hierna: de Werkwijzer). In artikel 14 van de Werkwijzer staat onder meer: “Diagnostiek en behandeling moeten worden uitgevoerd conform de internationale richtlijnen voor de behandeling en begeleiding van transseksuelen van de Standard of Care (SOC) van de WPATH (…) en door een multidisciplinair samengesteld genderteam in een centrum dat gespecialiseerd is op het gebied van geprotocolleerde behandeling van transseksuelen. Essentieel is dat er een duidelijke regie is gedurende het gehele behandeltraject.”

2.5 In artikel 9.2 van de polisvoorwaarden is bepaald dat de verzekerde die zich in het buitenland wil laten behandelen, vooraf toestemming nodig heeft van de verzekeraar. In artikel 9.4 is bepaald dat als de verzekerde zich laat behandelen door een zorgaanbieder waarmee de verzekeraar geen overeenkomst heeft gesloten, de kosten worden vergoed tot maximaal het bedrag dat de verzekerde zou krijgen als de behandeling in Nederland zou plaatsvinden.

2.6 Op 30 april 2024 heeft [eiseres] een aanvraag ingediend om in Duitsland bij de kliniek van Morath & Schöll haar geslachtsoperatie(s) te ondergaan. EUCare heeft het verzoek gedeeltelijk goedgekeurd, in die zin dat volgens EUCare alleen de eerste operatie onder de verzekerde zorg valt. Voor deze behandeling is EUCare bereid een vergoeding te betalen tot het maximaal in Nederland geldende tarief van volgens haar € 9.048,30. De gecombineerde operatie die is aangevraagd wordt volgens EUCare niet in Nederland uitgevoerd en valt daarom niet onder de Zorgverzekeringswet.

2.7 Op 2 juli 2024 heeft Rotkreuzklinikum München, waaraan Morath en Schöll verbonden zijn, een inschatting gemaakt van de totale kosten. De kosten voor de eerste operatie bedragen € 26.779,32 en voor de tweede operatie € 13.577,40. In totaal een bedrag van € 40.356,72.

2.8 [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar aanvraag. EUCare is bij haar standpunt gebleven.

3 Het geschil

3.1 [eiseres] vordert - samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
primair:
- EUCare veroordeelt tot het verstrekken van goedkeuring via een S2-formulier waarmee [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld zowel haar geslachtsoperatie (via de gecombineerde methode) als hersteloperatie te ondergaan bij Morath & Schöll in het Rode Kruis Ziekenhuis in München;
subsidiair:
EUCare veroordeelt tot verstrekking van goedkeuring via een S2-formulier waarmee [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld haar geslachtsoperatie (via de gecombineerde methode) te ondergaan bij Morath & Schöll in het Rode Kruis Ziekenhuis in München;
EUCare veroordeelt om aan [eiseres] de door haar in Duitsland te ondergane hersteloperatie te vergoeden tot aan het marktconforme tarief, te bepalen op ten minste € 13.577,40;
meer subsidiair:
- EUCare veroordeelt om aan [eiseres] de door haar in Duitsland te ondergane operaties te vergoeden tot aan het marktconforme tarief, te bepalen op ten minste € 40.000,-, althans tot aan een in goede justitie te bepalen bedrag;
primair, subsidiair en meer subsidiair:
- EUCare veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

3.2 [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat EUCare op basis van Europese wetgeving verplicht is toestemming te verlenen om de behandelingen in Duitsland te ondergaan. Het gaat namelijk om een behandeling die behoort tot de prestatie waarin de Nederlandse wet voorziet en de verzochte behandeling kan [eiseres] – gelet op haar gezondheidstoestand en het te verwachten ziekteverloop – niet in Nederland worden gegeven binnen een termijn die medisch verantwoord is.

3.3 EUCare voert verweer. Volgens EUCare wordt niet voldaan aan de in de Europese wetgeving vermelde vereisten, omdat de gewenste behandeling via de gecombineerde methode niet valt onder de in Nederland verzekerde zorg en niet blijkt dat een behandeling in Nederland niet binnen een medisch verantwoorde termijn kan worden verleend. Bovendien is er geen recht op vergoeding omdat niet wordt voldaan aan de polisvoorwaarden, waaronder de eis dat het gehele behandeltraject wordt uitgevoerd binnen een multidisciplinair samengesteld genderteam.

3.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

4.1 De zaak heeft een internationaal karakter nu de aangesproken verzekeraar gevestigd is in Malta en de gewenste medische behandeling plaats zou vinden in Duitsland. De rechtbank zal daarom eerst ingaan op de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen en de vraag welk recht op de zaak van toepassing is.

4.2 In dergelijke grensoverschrijdende gevallen zijn twee Europese Verordeningen van belang: Brussel I-bis (1215/2012) voor de vraag welke rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil en Rome I (593/2008) voor de vraag welk recht van toepassing is op het geschil.

4.3 Op grond van artikel 18 lid 1 Brussel I-bis kan een consument een zaak aanhangig maken tegen een wederpartij met wie zij een overeenkomst heeft gesloten – onder andere – in de plaats waar de consument haar woonplaats heeft. De woonplaats van [eiseres] is [woonplaats] , zodat de Nederlandse rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Ook op grond van artikel 11 lid 1 onder b Brussel I-bis is de Nederlandse rechter bevoegd, omdat het een vordering van de verzekerde betreft en de verzekeraar volgens die bepaling kan worden opgeroepen voor het gerecht van de woonplaats van de eisende partij.

4.4 Op grond van artikel 3 en artikel 7 van Rome I is het toepasselijke recht het recht waarvoor partijen hebben gekozen. Uit artikel 2.9 van de tussen [eiseres] en EUCare geldende polisvoorwaarden volgt dat zij een rechtskeuze hebben gemaakt voor het Nederlands recht. Het Nederlands recht is dus op het onderhavige geschil van toepassing.

Het juridisch kader

4.5 Het geschil tussen partijen gaat - kort gezegd - over de vraag of EUCare via een S2-formulier toestemming aan [eiseres] moet geven voor de geslachtsoperatie(s) die zij via de gecombineerde methode in Duitsland wenst te ondergaan en zo nee, of EUCare daarvoor een vergoeding moet betalen.

4.6 De rechtbank zal eerst het juridisch kader zoals dat van toepassing is schetsen aan de hand van de Nederlandse en Europese wetgeving.

Nederlandse wetgeving

4.7 Welke zorg in Nederland onder de verplichte basiszorgverzekering valt is geregeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw) en verder uitgewerkt in het Besluit Zorgverzekering (Bzv) en de Regeling Zorgverzekering (Rzv). De wetgever heeft hiermee bedoeld om slechts noodzakelijke zorg te vergoeden, die aantoonbaar werkt, kosteneffectief is en waarvan de noodzaak tot collectieve financiering blijkt.

4.8 Op grond van artikel 11 lid 1 Zvw heeft iedere verzekerde kortgezegd recht op de zorg en de vergoeding daarvan waaraan hij of zij behoefte heeft. In de artikelen 2.1 en 2.4 Bzv is de zorg zoals bedoeld in artikel 11 Zvw nader uitgewerkt.

4.9 Uit artikel 2.1 Bzv volgen drie criteria waaraan voldaan moet zijn om te kunnen spreken van verzekerde zorg:
I. het moet gaan om zorg zoals uitgewerkt in de artikelen 2.4 tot en met 2.15 Bzv;
II. de behandeling moet voldoen aan de stand van de wetenschap en de praktijk;
III. de verzekerde moet naar inhoud en omvang redelijkerwijs op de behandeling zijn aangewezen.
Artikel 2.4 Bzv bepaalt dat geneeskundige zorg, voor zover hier van belang, zorg omvat zoals huisartsen, medisch-specialisten, klinisch-psychologen en verloskundigen die plegen te bieden. Uit lid 1 sub b onder 5 van artikel 2.4 Bzv volgt dat een behandeling van plastisch-chirurgische aard die strekt tot correctie van primaire geslachtskenmerken bij een vastgestelde transseksualiteit onder de bedoelde zorg valt.

I. Plegen te bieden

4.10 Zorg die ‘pleegt te worden geboden’ betreft zorg die de beroepsgroep rekent tot het aanvaarde arsenaal van zorg en die geleverd wordt op een wijze die de desbetreffende beroepsgroep als professioneel juist beschouwt. Ook als een behandeling (nog) niet in Nederland wordt uitgevoerd kan een behandeling door de beroepsgroep tot het aanvaarde arsenaal van zorg worden gerekend. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat patiënten voor een behandeling naar een buitenlandse zorgaanbieder worden doorverwezen.
In de regel kan aan de hand van de richtlijnen en standaarden van de beroepsgroep worden vastgesteld of sprake is van zorg die de beroepsgroep ‘pleegt te bieden’. Het criterium ‘plegen te bieden’ is vooral bedoeld om te beoordelen of zorg behoort tot het domein van een bepaalde beroepsgroep en wordt gerekend tot het deskundigheidsgebied van de beroepsgroep. Het criterium is niet bedoeld om te beoordelen of specifieke behandelingen (interventies) aangeboden worden en als effectief worden beschouwd; daarvoor is het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Inhoudelijk kunnen beide criteria elkaar overlappen. De richtlijnen van de beroepsgroep aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of sprake is van zorg die de beroepsgroep ‘pleegt te bieden’, spelen ook een rol bij de invulling van het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Voor beantwoording van de vraag of een bepaalde medische behandeling behoort tot de zorg die de Nederlandse beroepsgroep pleegt te bieden, is dus bepalend of die medische behandeling behoort tot het door deze beroepsgroep aanvaarde zorgarsenaal, ongeacht of die behandeling feitelijk in Nederland of in het buitenland wordt uitgevoerd.

II. Stand van de wetenschap en praktijk

4.11 Het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’ beoogt die zorg tot onderdeel van het verzekerde pakket te maken, die de betrokken beroepsgroep rekent tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden. Daarbij zijn zowel de stand van de wetenschap als de mate van acceptatie in de medische praktijk belangrijke graadmeters. Dit criterium moet internationaal worden uitgelegd. Een behandeling voldoet aan de stand van de wetenschap en de praktijk, als de behandeling door de internationale medische wetenschap en praktijk als voldoende beproeft en deugdelijk is bevonden. Bij de beoordeling of dit het geval is, dienen alle beschikbare relevante gegevens in aanmerking te worden genomen, waaronder met name de literatuur en bestaande wetenschappelijke onderzoeken, gezaghebbende meningen van specialisten en de vraag of de betrokken behandeling al dan niet wordt gedekt door het stelsel van ziektekostenverzekering van de lidstaat waar de behandeling plaatsvindt.

III. Redelijkerwijs op de behandeling aangewezen (het indicatievereiste)

4.12 Met het indicatievereiste wordt bedoeld dat het feit dat een bepaalde behandeling in beginsel tot het basispakket behoort of kan behoren, niet betekent dat een individuele verzekerde ook aanspraak heeft op de behandeling vanuit zijn of haar basisverzekering. Daarvoor is vereist dat de verzekerde in zijn concrete medische situatie op de betreffende behandeling is aangewezen.

Coördinatieverordening

4.13 De door [eiseres] gewenste behandeling wordt uitgevoerd in Duitsland, zodat naast de Nederlandse wetgeving ook de Europese wetgeving van toepassing is. In dat kader doet zij een beroep op de Verordening (EG) 833/2004 (hierna: de Coördinatieverordening). De Coördinatieverordening ziet op de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten, en geeft in artikel 20 regels voor de situatie dat een verzekerde in een andere lidstaat een behandeling wil ondergaan.

4.14 Lid 1 van artikel 20 van de Coördinatieverordening bepaalt dat een verzekerde die naar een andere lidstaat reist om daar een medische behandeling te ontvangen daarvoor toestemming dient te vragen van het bevoegde orgaan. In deze zaak is de zorgverzekeraar het bevoegde orgaan.

4.15 Het tweede lid van het artikel geeft vervolgens aan dat een verzekerde die de toestemming heeft gekregen voor het ondergaan van de geplande behandeling recht heeft op vergoeding van die behandeling conform de wetgeving van het land waar de behandeling plaatsvindt. Lid 2 van artikel 20 van de Coördinatieverordening geeft ook aan wanneer het bevoegde orgaan de toestemming niet mag weigeren: (i) als de behandeling behoort tot de prestaties waarin de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene woont voorziet, en (ii) die behandeling haar, gelet op haar gezondheidstoestand van dat moment en het te verachten ziekteverloop, niet kan worden gegeven binnen een termijn die medisch verantwoord is.
i. Een prestatie waarin de wetgeving voorziet

4.16 Wanneer is sprake van een behandeling die behoort tot de prestaties waarin de wetgeving van de lidstaat waar de betrokkene woont voorziet?
In het onderhavige geval wordt ter beantwoording van deze vraag naar het Nederlands juridisch kader van onder meer artikel 11 Zvw en de artikelen 2.1 en 2.4 Bzv verwezen, zoals hiervoor onder randnummers 4.8 tot en met 4.12 beschreven.
ii. Geen behandeling binnen medische verantwoorde termijn

4.17 Wanneer is sprake van een behandeling die de patiënt, gelet op de gezondheidstoestand en het te verwachten ziekteverloop, niet kan worden gegeven binnen een termijn die medisch verantwoord is?
In de rechtspraak is bepaald dat er niet slechts gekeken dient te worden of er een identieke behandeling kan worden verkregen, maar dat ook een beschikbare even doeltreffende behandeling voldoende is. Het Hof van Justitie heeft daarbij bepaald dat, om te beoordelen of sprake is van een dergelijke behandeling, het bevoegde orgaan rekening moet houden met alle omstandigheden van het concrete geval, door niet alleen de gezondheidstoestand van de patiënt op het moment waarop om toestemming wordt gevraagd en eventueel de mate van pijn of de aard van de handicap van de patiënt, maar ook diens voorgeschiedenis naar behoren in aanmerking te nemen. Het gaat om een objectieve medische beoordeling, waarbij uitsluitend rekening wordt gehouden met de gezondheidstoestand van de patiënt en niet met zijn persoonlijke keuzes op het gebied van medische zorg.

Inhoudelijke beoordeling

4.18 Nu de rechtbank het juridisch kader geschetst heeft, zal zij overgaan op de inhoudelijke beoordeling. De rechtbank zal eerst beschrijven wat de behandeling via de gecombineerde methode inhoudt, vervolgens de standpunten van partijen langs de lijnen van het juridisch kader weergegeven en deze ten slotte beoordelen.

De gecombineerde methode

4.19 In Nederland worden verschillende vormen van vaginaplastiek uitgevoerd. Er zijn drie behandelingen beschikbaar: penisinversie (waarbij de vagina wordt gemaakt van de huid van de penis), penisinversie met huid van het scrotum, en darmvaginaplastiek (waarbij een deel van de darm wordt gebruikt voor de binnenbekleding van de vagina). Bij de gecombineerde methode, die niet in Nederland wordt uitgevoerd, wordt ook gebruik gemaakt van de plasbuis om de binnenkant van de vagina te bekleden. Er worden dus verschillende huidvoeringen (van de penis, het scrotum en de plasbuis) voor de vaginaholte gecombineerd. Op zijn vroegst zes maanden na de eerste operatie kan een tweede (herstel)operatie worden ondergaan.

4.20 In een medische verklaring omschrijven Morath en Schöll de medische behandeling als volgt:
“In the first surgical step, after penectomy and testicular extirpation, small and big labias, a prepuce clitoridis and introitus vaginae will be constructed out of the penile skin. The clitoris itself is constructed from a microscopically prepared neurovascular flap of the glans and the inner leaf of the foreskin. The neovagina is lined with parts of the urethra, the scrotal skin and entire vulva and neovagina. (…)
As a rule, a second operation is performed after approx. 6 months. This involves deepening the introitus vaginae, reducing the bulbus spongiosus, correcting the labia and, if necessary, correcting the meatus.”

4.21 [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat EUCare op grond van artikel 20 lid 2 Coördinatieverordening verplicht is toestemming te verlenen voor de verzochte operaties via het S2-formulier. De rechtbank zal hierna beoordelen of aan de voorwaarden die artikel 20 lid 2 Coördinatieverordening daarvoor stelt is voldaan (zie 4.13 e.v.).
Behoort de gecombineerde methode tot de prestaties waarin de Nederlandse wet voorziet?

4.22 Zoals eerder uiteengezet dient deze vraag beantwoord te worden op grond van de Nederlandse wetgeving over welke zorg onder de verplichte basisverzekering valt (zie 4.7 tot en met 4.12). Beoordeeld moet worden of een behandeling via de gecombineerde methode ‘pleegt te worden geboden’ en voldoet aan het criterium van ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. Indien dit zo is, dan valt de behandeling onder het basispakket. De slotvraag is dan of [eiseres] ook redelijkerwijs op de behandeling is aangewezen.

4.23 De rechtbank stelt voorop dat op [eiseres] , die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten beroept, de stelplicht en bewijslast rust dat de gecombineerde methode behoort tot de prestaties waarin de Nederlandse wet voorziet.

4.24 [eiseres] stelt dat de gecombineerde methode een prestatie is waarin de Nederlandse wet voorziet. Allereerst wijst zij op artikel 2.4 lid 1 sub b onder 5 Bzv, waarin is bepaald dat een behandeling van plastisch-chirurgische aard die strekt tot correctie van primaire geslachtskenmerken bij een vastgestelde transseksualiteit onder zorg valt die ‘pleegt te worden geboden’. Dat het gaat om zorg die ‘pleegt te worden geboden’ volgt ook uit het gegeven dat [eiseres] door het UMCG is verwezen naar de behandeling en dat er meer behandelaren – zoals het genderteam van PsyTrans en ETZorg/T-Cendent – ook naar het buitenland verwijzen om cliënten via de gecombineerde methode te laten behandelen.

4.24.1 De gecombineerde methode voldoet volgens [eiseres] ook aan de stand van de wetenschap en praktijk. De behandeling wordt niet alleen in Duitsland aangeboden, maar wordt ook uitgevoerd in andere landen zoals Spanje, België, Frankrijk, Oostenrijk, Griekenland, de Verenigde Staten en Thailand. In Duitsland wordt de behandeling vergoed uit het basispakket, zodat de behandeling in ieder geval door de Duitse beroepsgroep tot het aanvaarde arsenaal van medische behandelingen wordt gerekend. [eiseres] kent ook gevallen waarin andere Nederlandse zorgverzekeraars (Zilveren Kruis en FBTO) een behandeling via de gecombineerde methode hebben vergoed, wat veronderstelt dat deze zorgverzekeraars menen dat de behandeling tot het verzekerde pakket behoort. Tot slot is van belang dat met de gecombineerde methode betere resultaten wordt bereikt, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een onderzoek van Papadopulos e.a.

4.24.2 Ten slotte stelt [eiseres] dat zij ook redelijkerwijs is aangewezen op behandeling via de gecombineerde methode. Dat dit zo is voor de eerste operatie is evident en blijkt onder andere uit de verwijsbrieven. Voor de tweede behandeling ligt het wat lastiger, omdat een tweede operatie niet altijd noodzakelijk is. Uit onderzoek zou volgens [eiseres] zijn gebleken dat de tweede operatie ten minste in 85% van de gevallen nodig is, zodat hieruit voldoende blijkt dat ook de tweede operatie nu al geïndiceerd is.

4.25 EUCare betwist dat de gecombineerde methode behoort tot de prestaties waarin de Nederlandse wet voorziet. Niet gebleken is dat de behandeling behoort tot de zorg die ‘pleegt te worden geboden’. Hiervoor is namelijk vereist dat de beroepsgroep de behandeling als gangbaar beschouwt binnen het deskundigengebied. Een enkele doorverwijzing is daarvoor onvoldoende. [eiseres] heeft niet aangetoond dat er door Nederlandse artsen veelvuldig wordt doorverwezen naar het buitenland voor behandeling via de gecombineerde methode. Ook uit de overige stellingen van [eiseres] volgt niet dat de gecombineerde behandeling door de beroepsgroep als gangbaar wordt beschouwd, aldus EUCare.
Daarbij komt dat een geslachtsoperatie moet worden verleend binnen een multidisciplinair team met duidelijke centrale regie over het gehele behandeltraject, zoals ook volgt uit de rechtspraak. Uit de door [eiseres] overgelegde stukken blijkt niet dat de gecombineerde methode wordt uitgevoerd binnen zo een traject. Uitsluitend de operatieve techniek, de pre- en postoperatieve zorg en het complicatiebeheer worden beschreven. Of de intakegesprekken, testen door een psycholoog of psychiater, lichamelijk onderzoek, hormoonbehandeling en psychologische ondersteuning conform de in Nederland geldende Standard of Care worden uitgevoerd kan niet worden vastgesteld. Ook ziet EUCare geen informatie waaruit blijkt dat de kliniek in Duitsland internationale kwaliteits- en veiligheidsstandaarden zou volgen. De Nederlandse rechter heeft bevestigd dat deze voorwaarden bepalend zijn voor de verzekerde status van geslachtsoperaties in het buitenland.

4.25.1 De gecombineerde methode voldoet volgens EUCare ook niet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Over de gecombineerde methode heeft het Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut), de instantie die aan de hand van een beoordelingskader toetst of een behandeling aan de stand van de wetenschap en praktijk voldoet (nog) geen oordeel gegeven, zodat de beoordeling bij EUCare als verzekeraar ligt. Daarbij is het van belang om eerst vast te stellen of de gecombineerde methode een technische variant is van de behandeling die al aan de stand van de wetenschap en praktijk voldoet (de klassieke methode van vaginaplastiek), omdat in dat geval kan worden volstaan met een ‘lagere kwaliteit’ van bewijs. EUCare komt onder verwijzing naar een advies van haar medisch adviseur tot de conclusie dat de gecombineerde methode geen technische variant is, omdat de behandeling qua inhoud wezenlijk verschilt van de klassieke methode. Daarom kunnen de uitkomsten over de effectiviteit en veiligheid van de klassieke methode ook niet zonder meer worden toegepast op de gecombineerde methode. Dit betekent dat de gecombineerde methode integraal op de stand van de wetenschap en praktijk moet worden getoetst. Ter onderbouwing van de stelling dat de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk heeft [eiseres] slechts het wetenschappelijke artikel van Papadopulos overgelegd. Dit artikel heeft gelet op de beschreven onderzoeksmethode een ‘lage bewijskwaliteit’ en daaruit kan niet worden afgeleid dat de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk, aldus EUCare.

4.25.2 EUCare betwist niet dat [eiseres] is aangewezen op een geslachtsoperatie die voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. EUCare betwist wel dat [eiseres] is aangewezen op secundaire, esthetische of aanvullende correcties. Dit zijn correcties die met name plaatsvinden in de tweede operatie van de gecombineerde methode en die niet zien op de correctie van de primaire geslachtskenmerken. [eiseres] is dus niet aangewezen op de gecombineerde methode, aldus EUCare.

4.26 De rechtbank overweegt dat behandeling van plastisch-chirurgische aard die strekt tot correctie van primaire geslachtskenmerken bij vastgestelde transseksualiteit onder de verzekerde zorg valt. Dat betekent niet automatisch dat iedere daarvoor beschikbare behandeling ook onder het basispakket valt. Het moet gaan om behandelingen die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 2.1 Bzv (zie 4.9). De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de gecombineerde behandeling aan deze criteria voldoet. Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.

4.27 De rechtbank ziet aanleiding eerst te beoordelen of de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Niet in geschil is dat vaginaplastiek zoals dat in Nederland wordt uitgevoerd (penisinversie, penisinversie met huid van het scrotum, en darmvaginaplastiek) zorg is die voldoet aan dit criterium. De vraag is of de gecombineerde methode een technische variant is op deze interventies die ook tot het verzekerde pakket behoort, of dat afzonderlijk moet worden beoordeeld of de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.
Het Zorginstituut gebruikt een rapport waarin een raamwerk is gegeven voor de beoordeling of sprake is van een technische variant. Dit raamwerk bestaat uit drie stappen:

4.28 EUCare stelt zich op het standpunt dat de gecombineerde methode geen technische variant is zoals hiervoor bedoeld en als dit wel zo is, dat het stappenplan volgend alsnog een (integrale) beoordeling nodig is om vast te stellen of deze behandeling voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. In de conclusie van antwoord betoogt EUCare uitvoerig waarom de gecombineerde methode geen technisch variant is. Zij wijst op de verschillen met de standaardmethode, te weten een andere manier waarop de operatie wordt uitgevoerd en weefsel wordt vrijgemaakt, het integreren van de flap van de plasbuis in de vaginabekleding, andere functionele en esthetische resultaten, en het structureel gebruik maken van een tweefasenbenadering. Ter onderbouwing van dit standpunt wijst EUCare onder meer op een advies van haar medisch adviseur.

4.29 In reactie hierop stelt [eiseres] dat zij meent dat wel sprake is van een technische variant. Zij heeft dit op geen enkele manier onderbouwd, maar volstaan met de opmerking dat het niet aan haar als leek is om EUCare op dit punt van repliek te dienen en dat zij dit graag overlaat aan een specialist. Van [eiseres] (die de stelplicht en bewijslast draagt) had echter mogen worden verwacht dat zij in reactie op het verweer van EUCare gemotiveerd uiteen zou zetten waarom in haar visie wel sprake is van een technische variant als bedoeld in het beoordelingskader van het Zorginstituut. Nu zij dat niet heeft gedaan, heeft zij niet voldaan aan haar stelplicht. De rechtbank kan daarom niet als vaststaand aannemen dat de gecombineerde methode een technische variant is van een bestaande methode voor vaginaplastiek die daarmee ook onder de verzekerde zorg valt. Dit betekent dat afzonderlijk moet worden beoordeeld of de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.

4.30 Gelet op de jurisprudentie die is genoemd in 4.11 is daarvan sprake als de behandeling door de internationale medische wetenschap en praktijk voldoende beproefd en deugdelijk is bevonden. [eiseres] stelt dat hieraan is voldaan. Hiertoe voert zij aan dat de behandeling via de gecombineerde methode jaarlijks vaak wordt uitgevoerd, in verschillende landen ter wereld. [eiseres] verwijst verder naar verschillende producties, waaronder een kwaliteitsrapport van het Rode-Kruis ziekenhuis in München, een wetenschappelijk artikel van Papadopulos en een overzicht van locaties waar de behandeling zou worden aangeboden. Dit is echter onvoldoende om tot het oordeel te kunnen komen dat de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk.

4.31 Bij de beoordeling van de vraag of de behandeling aan de stand van de wetenschap en praktijk voldoet, wordt onder meer gekeken naar de literatuur en bestaande wetenschappelijke onderzoeken. [eiseres] wijst op het artikel van Papadopulos e.a. Volgens de bevindingen van Papadopulos e.a. levert de gecombineerde methode betere resultaten op voor diepte en lubricatie van de vagina, plezier tijdens seks en esthetiek. In de publicatie schrijven de onderzoekers echter ook dat er geen controlegroep was en dat hun bevindingen bevestigd zullen moeten worden door een andere onderzoeksgroep. Hieraan kan dus geen (doorslaggevende) waarde worden gehecht, nog los van het feit dat EUCare aanvoert dat de gecombineerde methode zoals Morath en Schöll die uitvoeren afwijkt van de methode die Papadopulos e.a. in hun artikel beschrijven. [eiseres] heeft ook een hoofdstuk uit een handboek overgelegd, waarin de auteurs (waaronder Morath) de gecombineerde methode beschrijven. Dit levert geen onderbouwing op voor de stelling dat de gecombineerde methode door de internationale medische wetenschap en praktijk voldoende beproefd en deugdelijk is bevonden. Dit volgt ook niet uit het kwaliteitsrapport van de Rotkreuzklinikum in München. Het enkele feit dat daar volgens [eiseres] jaarlijks zo’n 230 operaties worden uitgevoerd, betekent nog niet dat de methode door de internationale medische wetenschap voldoende beproefd en deugdelijk is bevonden. EUCare heeft twee wetenschappelijke artikelen overgelegd. Het eerste artikel is van Perovic e.a. In dit artikel presenteren de auteurs de gecombineerde methode als een nieuwe methode en geven zij een beschrijving daarvan. Hieruit kan de rechtbank niet afleiden dat de gecombineerde methode voldoet aan de stand van de wetenschap en de praktijk. Het tweede artikel is geschreven door Gentile e.a. Volgens Gentile e.a. bleek uit onderzoek dat bij de gecombineerde methode een hoger risico op complicaties bestaat. Op basis van dit artikel is dus ook niet vast te stellen of de gecombineerde methode aan de stand van de wetenschap en praktijk voldoet.

4.32 [eiseres] wijst er nog op dat de behandeling zoals Morath en Schöll die aanbieden (gedeeltelijk) wordt gedekt door het Duitse stelsel van ziektekostenverzekeringen. EUCare betwist dit. Ook als [eiseres] op dit punt gelijk heeft en de gecombineerde methode in Duitsland deels tot de verzekerde zorg behoort, vindt de rechtbank dat bij gebrek aan andere ondersteunende argumenten onvoldoende om tot het oordeel te komen dat deze methode (internationaal gezien) voldoende beproefd en deugdelijk is bevonden en door de beroepsgroep wordt gerekend tot het aanvaarde arsenaal van medische onderzoeks- en behandelingsmogelijkheden. Dat twee andere Nederlandse zorgverzekeraar in een individueel geval kennelijk wel tot (gedeeltelijke) vergoeding zijn overgaan, is daar ook niet genoeg voor.

4.33 Het voorgaande leidt tot het oordeel dat [eiseres] tegenover de gemotiveerde betwisting van EUCare onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat de gecombineerde methode behoort tot de prestaties waarin de Nederlandse wet voorziet. Reeds om die reden is EUCare niet verplicht om via een S2 formulier toestemming aan [eiseres] te geven voor het ondergaan van de geslachtsoperatie(s) in Duitsland.

Polisvoorwaarden

4.34 [eiseres] vordert (meer subsidiair) dat EUCare een vergoeding voor de geslachtsoperatie(s) betaald. Ook deze vordering slaagt niet, omdat zoals hiervoor is overwogen de gecombineerde methode niet tot de verzekerde zorg behoort. Daarbij komt dat de behandeling in Duitsland op grond van de polisvoorwaarden van de zorgverzekering niet als verzekerde zorg kan worden aangemerkt. In artikel 23 van de polisvoorwaarden is vermeld wanneer een verzekerde recht heeft op vergoeding van de kosten van een behandeling van plastisch-chirurgische aard. Verwezen wordt naar de Werkwijzer beoordeling behandelingen van plastisch-chirurgische aard, waarin nader wordt toegelicht wanneer het recht op deze zorg bestaat.

4.35 In de Werkwijzer staat dat bij genderincongruentie “diagnostiek en behandeling moeten worden uitgevoerd conform de internationale richtlijnen voor de behandeling en begeleiding van transseksuelen van de Standard of Care (SOC) van de WPATH (…) en door een multidisciplinair samengesteld genderteam in een centrum dat gespecialiseerd is op het gebied van geprotocolleerde behandeling van transseksuelen. Essentieel is dat er een duidelijke regie is gedurende het gehele behandeltraject”.

4.36 Uit de polisvoorwaarden volgt dus dat de plastisch-chirurgische behandeling (begeleiding, operatie en nazorg) van een transgender multidisciplinair dient te worden uitgevoerd door een gespecialiseerd genderteam en dat deze wordt uitgevoerd volgens de Standard of Care van de WPATH. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat daarvan in dit geval sprake is. Zij licht dit toe.

4.37 Uit de stukken die [eiseres] heeft overgelegd, leidt de rechtbank af dat zij in behandeling is bij een multidisciplinair genderteam van het UMCG, waarbij de regie in handen is van een gynaecoloog. Het UMCG werkt volgens de Standard of Care van de WPATH. In het UMCG is de transseksualiteit van [eiseres] vastgesteld en zij is geschikt bevonden om een genderbevestigende geslachtsoperatie te ondergaan. Die operatie wil [eiseres] in Duitsland ondergaan. In een brief van 21 oktober 2025 van het UMCG wordt vermeld dat [eiseres] bij onverwachte, ernstige complicaties in het UMCG terecht zal kunnen, en dat de reguliere nazorg met de Duitse artsen geborgd dient te worden. Hieruit leidt de rechtbank af dat (het multidisciplinaire genderteam van) het UMCG niet bij de behandeling in Duitsland en de zorg na de behandeling betrokken blijft. [eiseres] wijst er nog op dat het vaker voorkomt dat een geslachtsoperatie plaatsvindt binnen een ander ziekenhuis of kliniek dan waar een transgender in behandeling is, maar dat neemt niet weg dat als de polisvoorwaarden behandeling door een multidisciplinair team voorschrijven, dit ook tijdens en na de operatie het geval zal moeten zijn. Verwijzing naar een ander ziekenhuis of kliniek kan dus, als maar geborgd blijft dat met een multidisciplinair team gewerkt wordt. Uit de stellingen van [eiseres] blijkt echter niet dat het Rotkreuzklinikum München onderdeel zal gaan uitmaken van het bestaande multidisciplinaire genderteam van het UMCG of dat deze Duitse kliniek werkt met een eigen multidisciplinair genderteam dat werkt overeenkomstig de Standard of Care van de WPATH.

4.38 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat bij Morath en Schöll een multidisciplinaire behandeling zal plaatsvinden zoals is voorgeschreven in de polisvoorwaarden. Ook daarom zijn de vorderingen van [eiseres] niet toewijsbaar.

Conclusie

4.39 De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat er geen juridische grondslag is om de vorderingen van [eiseres] toe te wijzen. Omdat [eiseres] daarvoor onvoldoende heeft gesteld, komt de rechtbank niet toe aan bewijslevering. De overige standpunten van partijen behoeven geen bespreking, omdat zij niet tot een ander oordeel kunnen leiden.

4.40 EUCare heeft in deze procedure herhaaldelijk toegezegd dat zij de eerder toegezegde vergoeding van € 9.048,30 aan [eiseres] zal uitkeren, indien zij de geslachtsoperatie in Duitsland zal ondergaan. De rechtbank gaat ervan uit dat EUCare deze toezegging in dat geval zal nakomen.

Proceskosten

4.41 [eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van EUCare worden begroot op:
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 2.580,00 (2 punten × € 1.290,00)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 5.764,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1 wijst de vorderingen van [eiseres] af,

5.2 veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 5.764,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3 verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Boots, rechter, bijgestaan door de griffier mr. M. Bouwen en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken