Rb. Noord-Holland 8 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:12049

In deze procedure vorderen eisers terugbetaling van drie geldleningen. De rechtbank wijst de vorderingen grotendeels toe. Er is onvoldoende gebleken dat partijen de geldleningen hebben bedoeld als voorschot op de door gedaagde verwachte winstuitkering uit de gezamenlijke onderneming van partijen. Daarom is het opeisen van de geldleningen voordat die winstuitkering heeft plaatsgevonden, niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het verrekenverweer slaagt niet, omdat de tegenvordering tot betaling van de winstuitkering niet op eenvoudige wijze is vast te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen