Rb. Noord-Holland 14 augustus 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:9781

Deze uitspraak gaat over twee beroepen. Het eerste beroep ziet op een besluit waarbij het college een bestuurlijke boete van € 2.000,- heeft opgelegd aan eiser. Volgens het college heeft eiser op 30 december 2022 en 2 januari 2023 het verbod overtreden om een woning toeristisch te verhuren zonder voorafgaande melding bij de gemeente (HAA 24/97). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep HAA 24/97 gegrond is. Er was weliswaar sprake van een overtreding van artikel 15, tweede lid, van de Huisvestingsverordening Bergen 2019 (HVV 2019), maar uit voor het college verricht onderzoek is gebleken dat voor de woning, met een waarde als de woning van eiser in 2022/2023, geen schaarste kon worden aangetoond, zodat de regels voor toeristische verhuur niet op de woning van eiser kunnen worden toegepast. Het tweede beroep had eiser ingesteld tegen een (tweede) bestuurlijke boete voor overtreding van het verbod toeristisch te verhuren zonder melding, geconstateerd op 10 mei 2023. Bij besluit van 16 april 2025 heeft het college deze bestuurlijke boete ingetrokken (HAA 24/3464). Bij dit beroep tegen de besluiten van 10 mei 2023 en 16 april 2025 heeft eiser geen belang meer, zodat dat beroep niet-ontvankelijk is (geworden).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen