Rb. Noord-Holland 31 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:8844

Deze uitspraak gaat over de aanvraag van verzoekers in verband met hun wens om een kantoorappartement in Haarlem te gaan bewonen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Tussen partijen is niet in geschil dat het bestreden besluit op een of meer punten niet deugt. De voorzieningenrechter is er ook niet van overtuigd dat het college in het verweerschrift wel een juiste beoordeling heeft neergelegd. Daarin lijkt het college het onjuiste standpunt in te nemen dat bij de beoordeling of een omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit kan worden verleend ook getoetst moet worden aan eisen uit het omgevingsplan. Desondanks ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de verzochte voorziening te treffen, omdat er in het kader van onderhavige voorlopige-voorzieningenprocedure geen voorziening kan worden getroffen die verzoekers de door hen verlangde duidelijkheid kan brengen. Zij vragen immers een definitief oordeel over hun rechtspositie. Een zodanig oordeel is naar zijn aard geen voorlopige voorziening. Voorts zijn zij niet geholpen met het (enkel) schorsen van het besluit van het college van 1 mei 2025.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen