Rb. Noord-Holland 19 februari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7359
Kantonzaak. Vorderingen tot betaling van (de eigen bijdrage voor) geleverde gehoorapparaten, oplader en Amplicard. Gedaagde voert geen verweer tegen de vordering voor zover deze ziet op de eigen bijdrage voor de gehoorapparaten, en in zoverre wordt de vordering toegewezen. Ten aanzien van de oplader en Amplicard overweegt de kantonrechter dat deze zaken niet vallen onder de definitie van gezondheidszorg als bedoeld in artikel 3 onderdeel a van de Richtlijn 2011/24/EU. Het betreft hier aanvullende producten/diensten (accessoires) die eiseres kennelijk ook in haar winkelruimte verkoopt, en die veelal niet door zorgverzekeraars worden vergoed. Daarom is de uitzondering van artikel 6:230h lid 2 onder d BW hier niet van toepassing. Ambtshalve toetsing. De kantonrechter is van oordeel dat eiseres de (pré)contractuele informatieplicht van artikel 6:230l sub c BW heeft geschonden. Partiële vernietiging van dit deel van de overeenkomst als doeltreffende, afschrikwekkende en evenredige sanctie. Gedaagde hoeft niet te betalen voor de oplader en de Amplicard.
De uitspraak op rechtspraak.nl