Rb. Noord-Holland 27 mei 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:6596

In de aanslag Vennootschapsbelasting (Vpb) 2017 van de moeder van een fiscale eenheid is een bedrag aan bovenmatige deelnemingsrente niet in aftrek heeft toegelaten op grond van artikel 13l Wet Vpb. De rechtbank oordeelt dat de verkrijgingsprijs in de zin van artikel 13l Wet Vpb een autonoom begrip is. Het begrip opgeofferd bedrag, zoals gebruikt in de liquidatieverliesregeling, dient niet als uitgangspunt bij het vaststellen van de verkrijgingsprijs en de (doorschuif)bepalingen van de artikelen 13d en 13i Wet Vpb noch de aandelenfusiefaciliteit van artikel 3.55 Wet IB 2001 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing. Deze uitleg van het begrip verkrijgingsprijs komt niet in strijd met de bepalingen of de doelstellingen van de Fusierichtlijn. De verkrijgingsprijs bestaat in dit geval uit de tegenprestatie voor de bij aandelenfusie ingebrachte aandelen, waartoe ook een agiostorting behoort. Tot slot is het vertrouwensbeginsel niet geschonden en volgt de rechtbank eiseres niet in haar standpunt dat de belastingrente van 8% wegens strijdigheid met het evenredigheidsbeginsel dient te worden verminderd. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken