Rb. Noord-Holland 16 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:4317
Verjaring. De rechtbank oordeelt dat mede op grond van de uiterlijke omstandigheden in samenhang bezien (een perceel dat visueel één geheel vormt met de andere percelen) en de woonbestemming van het betreffende perceel, naar verkeersopvatting de wil van eiser kan worden afgeleid om als rechthebbende op te treden. Hij heeft onafgebroken, ondubbelzinnig en naar buiten toe kenbaar de macht uitgeoefend over een groot deel van de grondstrook.
De uitspraak op rechtspraak.nl