Rb. Noord-Holland 2 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:4141

In deze zaak gaat het om letselschade die een politieagent heeft geleden als gevolg van het verzet van gedaagde bij zijn aanhouding. De gevorderde immateriële schadevergoeding wordt afgewezen, omdat eiser onvoldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat het gaat om schade die is geleden na indiening van zijn vordering als benadeelde partij in het strafproces. De misgelopen onregelmatigheidstoeslag die eiser vordert wordt afgewezen, omdat een grondslag daarvoor ontbreekt. De vergoeding voor huishoudelijke hulp is in overeenstemming met de Richtlijn en wordt toegewezen. De schade wegens verlies aan zelfwerkzaamheid wordt begroot op de helft van het gevorderde bedrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken