Rb. Noord-Holland 23 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15868
Gedaagde heeft in opdracht van eiser installatiewerkzaamheden verricht in de woning van eiser. Tussen partijen is een geschil ontstaan over het werk van gedaagde en de betaling van de eindfactuur. In deze zaak vordert eiser vervangende schadevergoeding omdat gedaagde verschillende verplichtingen uit de overeenkomst niet (deugdelijk) zou zijn nagekomen. De rechtbank oordeelt dat eiser daarin deels gelijk heeft en recht heeft op een bedrag aan schadevergoeding. Eiser is het nog openstaande deel van de eindfactuur verschuldigd, waarvan gedaagde in reconventie betaling vordert. Na verrekening met de schadevergoeding moet eiser nog een bedrag van € 1.818,74 aan gedaagde betalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl