Rb. Noord-Holland 9 december 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:15743

Veroordeling voor gekwalificeerde opzetverkrachting. De verdachte heeft het slachtoffer, een jonge en kwetsbare vrouw, met gebruik van dwang en geweld verkracht (feit 1). De verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan bedreiging van de vader van voornoemd slachtoffer (feit 2). Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van de medewerker van een winkel (feit 3). Tot slot is de verdachte als houder van twee katten in meerdere opzichten tekort geschoten in de verzorging van deze van hem afhankelijke katten (feit 4). De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met algemene en bijzondere voorwaarden. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan duur voorarrest. Voorwaarden dadelijk uitvoerbaar. Daarnaast taakstraf van 240 uren. Ook houdverbod dieren voor 3 jaren. Verbeurdverklaring katten. Toewijzing vordering benadeelde partij (feit 1) tot een bedrag van € 5.000,-. Toewijzing vordering benadeelde partij (feit 3) tot een bedrag van € 200,-. Niet-ontvankelijkheidverklaring Openbaar Ministerie in de vordering tot tenuitvoerlegging.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen