Rb. Noord-Holland 27 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14036
Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die aan eiser is opgelegd voor overtredingen op zijn perceel. Eiser heeft zonder omgevingsvergunning bouwwerken op zijn erf geplaatst. Daarnaast gebruikt hij het erf in strijd met het bestemmingsplan voor (langdurige) opslag van bouwmaterialen voor de verbouwing van de woonboerderij. Na een bepaalde termijn kwalificeren de materialen als afval, waardoor de opslag (ook) verboden gebruik is. Hier is eiser het niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de in de last opgenomen termijnen waarna de materialen kwalificeren als afval niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Eiser krijgt dus gedeeltelijk gelijk en het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. Verder geen bijzondere omstandigheden om van handhaving af te zien. Immateriële schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl