Rb. Noord-Holland 20 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13705
Deze uitspraak gaat over de onderbreking van het gebruik van het schip van eiseres en de daaropvolgend aan eiseres opgelegde lasten onder dwangsom. De eerste last houdt in dat eiseres wordt opgedragen om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden, door het schip alleen te gebruiken indien het volledig voldoet aan de in het certificaat opgenomen voorschriften zoals bepaald in artikel 10, eerste lid, Binnenvaartwet (Bvw). De lading moet dus uit de ladingtanks verwijderd worden en een gasvrij verklaring moet aangeleverd worden. De tweede last houdt in dat eiseres wordt opgedragen herhaling van de overtreding te voorkomen door het schip alleen te gebruiken indien het volledig voldoet aan de in het certificaat van onderzoek opgenomen voorschriften, zoals bepaald in artikel 10 Bvw. Verweerder kan op grond van artikel 17, eerste lid, Bvw het gebruik van een schip op de binnenwateren onderbreken, indien de staat waarin het zich bevindt zodanig is dat de veiligheid ervan of van zijn omgeving onmiddellijk gevaar loopt. De rechtbank overweegt dat het schip niet als tankschip is gecertificeerd en daarom niet als zodanig gebruikt mag worden. Het is een drijvend werktuig. Dit betekent dat vervoer en opslag van gasolie in de 8 ladingtanks niet is toegestaan. Dat het schip onlangs was gekeurd, leidt niet tot een ander oordeel omdat het schip als drijvend werktuig is gekeurd en niet als tankschip. De staat van de ladingtanks is bij die keuring niet beoordeeld. Verweerder stelt dus terecht dat de staat van de opslagtanks op het schip niet op reguliere wijze is geïnspecteerd en dus onduidelijk is. Daarbij komt dat in de ladingtanks van het schip een gevaarlijke stof, namelijk gasolie aanwezig was. Deze stof kan bij een lekkage ernstige gevolgen hebben voor mensen en het aquatisch milieu. Er was dus sprake van een onmiddellijk gevaar omdat de staat van de ladingtanks niet bekend was en die tanks een gevaarlijke stof bevatten. Ook is de rechtbank van oordeel dat verweerder van de bevoegdheid om de lasten op te leggen op juiste wijze gebruik heeft gemaakt, omdat ook geconstateerd is dat het schip werd gebruikt in strijd met artikel 10 Bvw. Door de gasolie in de ladingtanks werd gehandeld in strijd met de voorschriften van het certificaat van het schip en dat is verboden in artikel 10, tweede lid, Bvw. Verweerder heeft de lasten terecht opgelegd. De beroep zijn dus ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor vergoeding van schade is geen aanleiding.
De uitspraak op rechtspraak.nl