Rb. Noord-Holland 10 november 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:13692
In deze verzoekschriftprocedure staat de vraag centraal of de politie gehouden is om de gegevens die naar aanleiding van het overlijden van een verzekerde van IptiQ zijn opgemaakt aan IptiQ als verzekeraar beschikbaar te stellen. IptiQ stelt recht en belang te hebben bij afgifte van deze gegevens om de oorzaak van het overlijden van haar verzekerde, welke oorzaak niet vaststaat, te achterhalen. Het is volgens haar de enige manier waarop objectief kan worden vastgesteld onder welke omstandigheden haar verzekerde is overleden. Zij vordert op grond van artikel 196 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) afgifte van de door de politie opgemaakte gegevens. De politie verzet zich tegen dit verzoek. De rechtbank wijst het verzoek af omdat er gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen toewijzing van deze voorlopige bewijsverrichting.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 194 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 195 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 196 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 197 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 11 Politiewet 2012
- Artikel 12 Politiewet 2012
- Artikel 14 Politiewet 2012