Rb. Noord-Holland 25 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:7944
Woo beroep niet tijdig. Beslistermijn uit artikel 8:4 van de Woo. De rechtbank wijkt af van de jurisprudentie aan ten aanzien van Woo dwangsommen en termijnen. Zij toetst ambtshalve of de omvang van het Woo-verzoek aanleiding geeft tot een langere beslistermijn dan de twee weken uit 8:55d van de Awb. Daarvan is sprake als meer dan 10 dagen nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek. De bedoeling van de wetgever was dat partijen in gesprek zouden treden over dergelijk verzoek, om tot een andere termijn te komen dan de termijn uit artikel 4.4 van de Woo. Gebeurt dat niet, dan bepaalt de rechter de ‘eerste’ termijn die past bij de omvang van het verzoek. Ook wordt in afwijking van de vaste jurisprudentie voor de hoogte van de dwangsom naar analogie artikel 4:17 van de Awb toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl