Rb. Noord-Holland 19 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:793
Vrouw vraagt verkorting wsnp-termijn ivm eerder faillissement van echtgenoot. Vrouw was toegelaten tot de wsnp en het faillissement van de echtgenoot is gelijktijdig na bijna 3 jaar omgezet in de wsnp. Getrouwd in gemeenschap van goederen, dus de gezamenlijke boedel viel ook in het faillissement. Vrouw, die niet failliet was verklaard, heeft zich tijdens het faillissement van de man niet gehouden aan haar sollicitatieplicht en heeft zich dus niet ingespannen als ware zij in de wsnp. De omstandigheid dat de echtelijke woning is verkocht tbv de schuldeisers en de vrouw dus ook haar bijdrage aan de boedel heeft geleverd, heeft verder geen invloed op de wsnp-looptijd: ook in de wsnp moet de woning verkocht en blijft de verplichting om maandelijks boven het vtlb af te dragen.