Rb. Noord-Holland 24 januari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:753

Bouwzaak. Afwijzing vordering uit hoofde van schadevergoeding. Aannemer heeft de aannemingsovereenkomst op goede gronden ontbonden. Opdrachtgevers waren tegenover de aannemer in verzuim doordat zij hebben geweigerd zijn factuur te betalen. Door de ontbinding van de overeenkomst zijn wederzijdse ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan. De economische waarde van het werk van de aannemer kan niet worden bepaald. Een deskundigenbericht heeft geen zin meer, omdat opdrachtgevers het werk door een andere aannemer hebben laten afmaken. In reconventie vordert de aannemer een geldbedrag dat hij nog van opdrachtgevers tegoed zou hebben en ook een bedrag wegens winstderving. Daarvoor is de economische waarde van het werk ook bepalend. Omdat de rechtbank die waarde niet kan vaststellen worden de vorderingen in reconventie ook afgewezen. Opdrachtgevers hadden beslagen gelegd onder de aannemer, die heft de rechtbank op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken