Rb. Noord-Holland 4 juli 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6906
Vovo afgewezen. Van een voldoende spoedeisend belang is geen sprake als het resultaat dat met het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt nagestreefd daarmee niet daadwerkelijk (meer) kan worden bereikt. Met het bestreden besluit is weliswaar een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een mestsilo, maar het bouwplan is inmiddels hangende de bezwaarprocedure door vergunninghoudster gewijzigd. De voorzieningenrechter komt tot het voorlopige oordeel dat de mestsilo in de gewijzigde opzet onder de Omgevingswet omgevingsvergunningvrij kan worden uitgevoerd. Voor een belangenafweging is dan geen ruimte. Evenmin is er een verplichting tot participatie. Gelet hierop heeft een schorsing van de verleende omgevingsvergunning geen feitelijke betekenis, omdat daarmee de bouw van de mestsilo niet voorkomen kan worden. De voorzieningenrechter komt daarom niet toe aan een inhoudelijke bespreking van de bezwaargronden, die met de verleende omgevingsvergunning te maken hebben. Dat geldt ook in het bijzonder voor de vraag of vergunninghoudster wel of niet bevoegd was om de aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. Of er een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan realisering van een omgevingsvergunningvrij bouwplan is aan de civiele rechter om te beoordelen en niet aan de bestuursrechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl