Rb. Noord-Holland 8 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:622
Erfrecht. Eiseres (minderjarige erfgenaam) vordert dat onterecht van de bankrekening van de erflater aan gedaagde (niet erfgenaam) verrichte betalingen worden terugbetaald. Voor zover de betalingen na het overlijden van de erflater zijn verricht, wordt de vordering toegewezen. Gedaagde vordert als tegenvordering dat het bedrag van de uitvaartkosten aan haar worden betaald. De kantonrechter wijst deze vordering toe, omdat dit in dit geval voortvloeit uit het stelsel van de wet. De kantonrechter verwijst hierbij naar artikel 22 Wet op de lijkbezorging; 4:7 BW; 4:184 BW en 6:1 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl