Rb. Noord-Holland 12 juni 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:6014
Ter beoordeling ligt voor een verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar gericht tegen de [...] omgevingsvergunning voor de bouw van een dependance in het Muiderslotpark ten behoeve van Bredeschool Weesperrijk. […] De voorzieningenrechter ziet in het vorenstaande thans onvoldoende aanleiding de omgevingsvergunning te schorsen. Daartoe is van belang dat verweerder in zijn verweerschrift uitgebreid heeft gemotiveerd dat Bredeschool Weesperrijk dringend behoefte heeft aan de dependance vanwege ernstig ruimtegebrek. Reeds op dit moment zijn er in Weespersluis meer leerlingen met een basisschoolleeftijd dan de huidig beschikbare schoolcapaciteit met als gevolg overvolle kleutergroepen en het inzetten van het speellokaal als kleuterlokaal. Daarnaast is er gelet op de leerlingenprognoses voor aankomend schooljaar een grote behoefte aan extra lokalen om nieuwe leerlingen te kunnen onderbrengen. Weliswaar hebben scholen gelegen aan de andere kant van het spoor enige ruimte, maar deze scholen kunnen niet het volledige tekort opvangen, terwijl die extra ruimte ook is bedoeld voor een eventuele groei van die scholen zelf. Daarbij komt dat deze scholen te ver weg zijn gelegen van Bredeschool Weesperrijk en daarom niet kunnen worden gebruikt als dependance. Op 2 september 2024 starten zes nieuwe groepen op Bredeschool Weesperrijk waarvan vier groepen in de tijdelijke school. Als het besluit wordt geschorst, hebben straks circa 150 jonge leerlingen geen plek op een school in hun wijk. Om de dependance gebruiksklaar te hebben voordat het nieuwe schooljaar begint, moet medio juni worden begonnen met de voorbereidende werkzaamheden, aldus verweerder. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter met verweerder van oordeel dat sprake is van een zeer zwaarwegend maatschappelijk belang bij het bouwen van de tijdelijke dependance. Dit belang weegt op dit moment zwaarder dan de belangen van verzoeksters bij schorsing van de omgevingsvergunning in afwachting van de behandeling van het bezwaar. De voorzieningenrechter zal daarom – ondanks de hiervoor genoemde hiaten in de besluitvorming - niet tot schorsing van de omgevingsvergunning overgaan. Daarbij is in aanmerking genomen dat het op voorhand geen gebreken betreft waarvan moet worden uitgesloten dat deze in heroverweging kunnen worden hersteld. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.