Rb. Noord-Holland 19 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3177
Inkomstenbelasting. Partieel buitenlandse belastingplicht en doorstootregeling lucratief belang. Eiser heeft voor de onderhavige jaren gekozen voor de partieel buitenlandse belastingplicht. Gedurende de onderhavige jaren hield eiser (middellijk) lucratief belang aandelen via zijn aanmerkelijk belang in een in het buitenland gevestigde vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat eiser als partieel buitenlands belastingplichtige kon kiezen voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001. Eiser kon zijn keuze voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001 maken door de voordelen uit zijn middellijk lucratief belang niet aan te geven. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiser voor alle onderhavige jaren heeft gekozen voor toepassing van artikel 3.95b, vijfde lid, van de Wet IB 2001. Verweerder heeft de voordelen uit eisers middellijk lucratief belang ten onrechte in de heffing betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl