Rb. Noord-Holland 19 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13859
Overdrachtsbelasting. De vader van eiser heeft in 2012 een [Stichting] opgericht en in dat jaar heeft de [Stichting] alle aandelen verworden van een [naam] B.V. tegen uitgifte van certificaten. De aandelen in deze BV zijn aan te merken als fictieve onroerende zaken. Vanaf de oprichting van de [Stichting] is vader daarvan enig bestuurder, in 2023 treedt zijn zoon, eiser, toe tot het bestuur. In 2017 heeft vader de certificaten van de [Stichting] geschonken aan eiser. Eiser was enig bestuurder van de BV, enige tijd na de schenking is vader toegetreden tot het bestuur. Eiser en de BV hebben een aangifte overdrachtsbelasting (OVB) ingediend en daarbij een beroep gedaan op de vrijstelling van artikel 15 WBR (bedrijfsopvolging). Verweerder legt een aanslag OVB op zonder rekening te houden met de vrijstelling. In geschil is of de vrijstelling van toepassing is op de schenking van de certificaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl