Rb. Noord-Holland 14 augustus 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13695

De rechtbank wijst de vordering van {Eiser 1} en {Eiser 2} tot betaling van hun (erfdeel + aanvullende) legitieme grotendeels toe. Het gelegateerde vruchtgebruik behoorde tot het vermogen van erflater. Erflater heeft geen aanspraak gemaakt op afgifte van het vruchtgebruik en de schuld van {Gedaagde 1} en {Gedaagde 2} die daarvoor in de plaats is gekomen kwijtgescholden. Daardoor zijn {Gedaagde 1} en {Gedaagde 2} verrijkt, ten koste van het vermogen van erflater. Zoals ook in de notariële akte staat vermeld, is dus sprake van een schenking. Dat fiscale motieven daarbij een rol hebben gespeeld brengt daarin geen verandering. Bij de berekening van de legitieme portie van {Eiser 1} en {Eiser 2} wordt daarom de gift van erflater aan {Gedaagde 1} en {Gedaagde 2 in 2006 meegenomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken