Rb. Noord-Holland 16 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13393

De verdachte heeft zich in een periode van twaalf dagen schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn partner en drie mishandelingen van diezelfde partner. De verdachte heeft het slachtoffer onder meer tegen haar hoofd geschopt, in haar gezicht geslagen en haar hoofd tegen het dashboard van een auto geslagen. Hierdoor heeft zij letsel opgelopen. De verdachte wordt vrijgesproken van vernieling en van het weigeren van medewerking aan een bloedproef nadat een officier van justitie hem had gevorderd daaraan mee te werken. Ten aanzien van dat laatste feit oordeelt de rechtbank dat de betreffende casus niet valt onder de situatie zoals bedoeld in het in de tenlastelegging opgenomen artikel 55e van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank legt aan de verdachte op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) voor de duur van 2 jaren. Gelet op de oplegging van deze maatregel, wordt de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk aan de verdachte opgelegde straf afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen