Rb. Noord-Holland 19 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11868
De Nederlandse rechter is naar het oordeel van de rechtbank bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Partijen worden gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast nu niet is gebleken van contra-indicaties voor gezamenlijk gezag en het onder de huidige omstandigheden van groot belang wordt geacht om de positite van de vader gelijkwaardig te maken aan de positie van de moeder. Voorts wordt de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader in Nederland bepaald. Met deze beslissing wenst de rechtbank te bereiken dat de minderjarigen met beide ouders een vrij en onbelast contact kunnen hebben.
De uitspraak op rechtspraak.nl