Rb. Noord-Holland 6 februari 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:1073
Gedaagde, een volkstuintjesvereniging, heeft het lidmaatschap van eiser opgezegd omdat hij zich gedurende langere tijd en bij herhaling, ondanks herhaalde waarschuwingen, niet aan de statuten van de vereniging heeft gehouden. Eiser vordert in kort geding schorsing van het opzeggingsbesluit hangende de bodemprocedure en daarmee samenhangende verboden. Deze vorderingen worden afgwezen omdat nog geen bodemprocedure aanhangig is gemaakt, zodat de vordering tot schorsing reeds daarom niet toewijsbaar is. Daarnaast is de vordering ook overigens niet toewijsbaar omdat de wettelijke termijn voor opzegging in acht is genomen en het - gezien de correspondentie tussen partijen, waarin gedaagde eiser diverse malen heeft aangesproken op overtredingen van de statuten en reglementen van gedaagde - voorhands onvoldoende aannemelijk is dat de opzegging niet rechtsgeldig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl