Rb. Noord-Holland 26 juli 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:7661
De beroepen van eisers zijn gericht tegen de handhaving van de door verweerder aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor (voor zover relevant) het intensiveren van de bedrijfsvoering op het perceel van vergunninghouder. De rechtbank heeft na de behandeling van de beroepen ter zitting De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (Stab) als deskundige benoemd en gevraagd om advies uit te brengen. De rechtbank is allereerst van oordeel dat het advies van de Stab voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en het ook niet anderszins gebreken bevat die ertoe moeten leiden dat de rechtbank zich niet op dit advies mag baseren. De rechtbank volgt dan ook de conclusies van de Stab dat (samengevat) in het akoestisch onderzoek dat aan de verleende omgevingsvergunning ten grondslag ligt niet een representatief beeld is gegeven van de bedrijfssituatie ter plaatse. De Stab noemt hier vijf specifieke punten in haar advies die de rechtbank dan ook volgt. Ook heft de Stab geconstateerd dat een aantal activiteiten dat op het perceel plaatsvindt überhaupt niet in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Ook deze conclusie neemt de rechtbank over. In het bestreden besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd waarom ondanks de intensivering van het bedrijf sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen van eisers. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. De rechtbank heeft vervolgens aanleiding gezien om de verleende omgevingsvergunning in stand te laten met een aanvulling van de voorschriften, zoals door de Stab is geadviseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl