Rb. Noord-Holland 26 juni 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:6712
Bij eiseres heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder een navorderingsaanslag Vpb voor het jaar 2014 opgelegd, omdat ten onrechte kosten in aftrek waren gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is de navorderingsaanslag ten onrechte aan eiseres opgelegd. Naast dat verweerder niet over een nieuw feit beschikte om te kunnen navorderen, slaagt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel. In 2003 hebben eiseres en verweerder een afsprakenbrief opgesteld en ondertekend, welke brief als een algemene akkoordverklaring geldt met betrekking tot de mogelijkheid om de betalingen wegens over- en underpricing (als kosten) in aftrek te brengen. Ook wordt aan de voorwaarde van de afsprakenbrief voldaan, namelijk dat de routing te volgen is via een audit trail. Bovendien is, wanneer het beroep op het vertrouwensbeginsel niet zou kunnen slagen, de navorderingsaanslag alsnog ten onrechte aan eiseres opgelegd, omdat de kosten wel aftrekbaar zijn. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de handelswijze van verweerder tijdens de aanslagfase, bezwaar- en beroepsfase, dusdanig ernstig en uitermate onzorgvuldig is te noemen dat een integrale proceskostenvergoeding gerechtvaardigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:767
- HR 23 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1670
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069
- HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672
- HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874
- HR 21 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY6916
- HR 4 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2975
- HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1083
- HR 21 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA9380
- HR 13 april 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2802