Rb. Noord-Holland 25 mei 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:4944
Eiser en zijn werkgever hebben verzocht om toepassing van de 30%-regeling. In geschil is of verweerder toepassing van de 30%-regeling terecht heeft geweigerd. Meer specifiek is in geschil of eiser is aan te merken als ingekomen werknemer. Het enkele feit dat eiser ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst een tijdelijke verblijfstitel op basis van de regeling ‘zoekjaar afgestudeerden’ had, is onvoldoende om reeds op die grond te concluderen dat eiser niet als duurzaam verbonden met Nederland kan worden beschouwd. Bij de beoordeling of er sprake is van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland, moet acht worden geslagen op alle in aanmerking komende omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de rechtbank was, gelet op de omstandigheden die vast zijn komen te staan, op het moment van het tot stand komen van de arbeidsovereenkomst sprake van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. De duurzame band met Nederland hoeft overigens niet sterker te zijn dan de band met een ander land (in casu Egypte), zodat voor een woonplaats in enig land niet noodzakelijk is dat het middelpunt van betrokkenes maatschappelijke leven zich in dat land bevindt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl