Rb. Noord-Holland 18 januari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:454
De vergoeding van immateriële schade komt aan eiser zelf toe en zal door de rechtbank rechtstreeks aan eiser worden uitbetaald. De rechtbank ziet erop toe dat het gedeelte van de vergoeding dat dient te worden betaald door de Staat (de minister van Justitie en Veiligheid) naar het rekeningnummer van eiser wordt overgemaakt en gaat ervan uit dat verweerder daarop eveneens toeziet voor het gedeelte van de vergoeding dat dient te worden betaald door verweerder. Dit is niet anders indien juist is dat in de algemene voorwaarden van het kantoor van de gemachtigde is geregeld dat de vergoeding dient te worden uitbetaald aan het kantoor van de gemachtigde, omdat de rechtbank niet gehouden is hetgeen eiser en de gemachtigde onderling hebben afgesproken, te volgen. De rechtbank merkt nog op dat de omstandigheid dat in de algemene voorwaarden is vastgelegd dat de vergoeding van immateriële schade toekomt aan de gemachtigde, kan leiden tot het bestaan van bijzondere omstandigheden die aanleiding vormen om te twijfelen aan de aanwezigheid van (de in beginsel veronderstelde) spanning en frustratie.
De uitspraak op rechtspraak.nl