Rb. Noord-Holland 23 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2644

De rechtbank stelt vast dat eiser een bijstandsuitkering ontving en dat daarvan maandelijks een bedrag ter hoogte van 5% gereserveerd werd voor de vakantietoeslag. Verder werd daarop sinds 1 januari 2021 maandelijks 5% ingehouden in verband met het loonbeslag. De rechtbank is van oordeel dat deze wijze waarop verweerder uitvoering heeft gegeven aan het loonbeslag in strijd is met de wettelijke regels over de beslagvrije voet. Deze handelwijze leidt er namelijk toe dat verzoeker maandelijks een bedrag ter hoogte van 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm ontving. Dat bedrag is dus lager dan de beslagvrije voet, die, zo blijkt uit MvT, juist in het leven is geroepen om te waarborgen dat mensen voldoende middelen overhouden om in de (basale) kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat eiser het nabetaalde vakantiegeld mocht houden, maakt dat niet anders. Wie per maand zijn noodzakelijke kosten van levensonderhoud niet volledig kan betalen, wordt gedwongen in die maand onder het bestaansminimum te leven en komt daardoor al snel in de problemen met zijn vaste schuldeisers (zoals de ziektekostenverzekeraar, de energieleverancier en dergelijke). Die problemen zijn niet steeds (volledig) ongedaan te maken doordat later, in de maand mei, het vakantiegeld wordt uitgekeerd en dat dit vakantiegeld mag worden gehouden. Verweerder gelet op het voorgaande buiten het kader van het beslag getreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken