Rb. Noord-Holland 14 maart 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2348
aanslag BIZ-bijdrage. Eiseres moet op 1 januari 2021 aangemerkt worden als gebruiker van de onroerende zaak: zij huurde op die datum de onroerende zaak. Op 1 januari had eiseres in de (gesloten) showroom goederen staan en had er een voorraadruimte. De onroerende zaak vervulde nog steeds een gebruiksbehoefte. Dat deze niet open mocht zijn voor bezoekers en dat alleen goederen verkocht konden worden via het zogenaamde bestel- en bezorgsysteem maakt niet dat geen sprake is van gebruik in de zin van de Wet BIZ. Per 1 maart huurde eiseres de onroerende zaak niet meer terwijl zij deze op 26 februari aan de huurder heeft opgeleverd. De BIZ-bijdrage is echter een zuivere tijdstip-belasting die aansluit bij de situatie op 1 januari. Er is geen bepaling die voorschrijft de heffing tijdsevenredig, naar mate van het gebruik op te leggen. Het gebruik is ook niet zo kort dat deze heffing onredelijk is.
De uitspraak op rechtspraak.nl