Rb. Noord-Holland 21 december 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13093

De vraag die voorligt is of verweerder terecht heeft geoordeeld dat eisers wonen in een inrichting als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f, onder 1 van de Pw, oftewel of eisers verblijven in een instelling die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende hulpbehoevenden. De rechtbank is van oordeel dat dit zo is. Zowel eiseres als eiser moeten op grond van de Wet langdurige zorg een bijdrage betalen voor het ontvangen van zorg in een instelling. Eisers hebben niet weersproken dat sprake is van een indicatie beschermd wonen met 24-uurs zorg. Eisers ontvangen begeleiding op grond van de zorgovereenkomst die zij hebben met de RIBW-KAM. Zij verblijven in een beschermde woonvorm. Ter zitting is door de begeleider nog verklaard dat de begeleiding aanwezig is van 8.30 – 22.00 uur en er in de nacht een noodnummer is. Dat betekent dat gedurende meer dan de helft van ieder etmaal de mogelijkheid van hulpverlening of begeleiding door beroepskrachten aanwezig is. Dat eisers geen gebruik maken van 24-uurszorg of andere geboden voorzieningen op grond van de zorgovereenkomst, maakt het voorgaande niet anders. Het voorgaande betekent dat verweerder terecht de norm voor gehuwden/samenwonenden in een inrichting heeft toegepast. Eisers hebben de berekening van hun gezamenlijk inkomen niet weersproken noch dat dit inkomen hoger is dan de norm voor gehuwden/samenwonenden in een inrichting. Evenmin is weersproken dat zij geen huur betalen. Omdat eisers boven de voor hun geldende norm inkomen hebben, hebben zij geen recht op een aanvullende bijstandsuitkering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken