Rb. Noord-Holland 16 november 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:11849
Op vordering van de officier van justitie gelast de rechtbank de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf, omdat de veroordeelde de bij vonnis gestelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. Het enkele feit dat de veroordeelde het voorwaardelijk opgelegde strafdeel al heeft uitgezeten, is geen reden om de vordering af te wijzen. De rechtbank beveelt dat de vrijheidsbeneming ondergaan uit hoofde van artikel 6:6:20 Sv en de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de straf.
De uitspraak op rechtspraak.nl