Rb. Noord-Holland 15 november 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:11712

Partijen in deze zaak zijn een vader en zijn twee kinderen. De kinderen hebben een geldvordering op hun vader gekregen toen hun moeder overleed. Het gaat in deze zaak vooral om de vraag of deze geldvordering inmiddels opeisbaar is geworden en hoe hoog deze geldvordering is. De rechtbank komt in dit vonnis tot het oordeel dat de geldvordering van de kinderen nog niet opeisbaar is. De hoogte van de geldvordering kan de rechtbank in dit vonnis nog niet vaststellen. De samenstelling en omvang van de onderliggende vermogensbestanddelen aan de hand waarvan de geldvordering van de kinderen berekend dient te worden, staan namelijk nog niet vast. De rechtbank is voornemens om voor de waardering van bepaalde vermogensbestanddelen deskundigen te benoemen en daarnaast dient vader over bepaalde vermogensbestanddelen informatie te verstrekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen