Rb. Noord-Holland 8 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9816
Verdachte is gedagvaard voor het overschrijden van de maximale lengte van zijn trekker/oplegger met oplegger tijdens het vervoeren van een shovel en een 20-voets container over de Dijkweg (N239) op 1 september 2020 in Lambertschaag. Bewezen is dat de trekker/oplegger met oplegger in totaal een lengte had van 24,68 meter, zodat de maximumlengte van 16,50 meter was overschreden. Verdachte heeft ter plaatse een ontheffing overgelegd, waaruit blijkt dat de maximale lengte van zijn trekker/oplegger en oplegger in totaal 27,50 meter mag zijn, in het geval van vervoer van ondeelbare lading en de lading in het geval van deelbare lading maximaal in totaal 13,60 meter van het beladen voertuiggedeelte mag zijn. De kantonrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van deelbare lading. De kantonrechter heeft niet kunnen vaststellen dat deze deelbare lading in totaal meer dan 13,60 meter van het beladen voertuiggedeelte bedraagt. De kantonrechter heeft evenmin vast kunnen stellen dat andere voorwaarden ten aanzien van de ontheffing voor dit transport zijn overtreden. De kantonrechter heeft niet kunnen vaststellen dat in strijd is gehandeld met de voorwaarden die zijn verbonden aan de ontheffing voor het betreffende transport. De kantonrechter heeft dan ook geoordeeld dat de ten laste gelegde strafbare gedraging wel kan worden bewezen, maar dat deze niet strafbaar is vanwege de ontheffing voor dit transport, zodat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.
De uitspraak op rechtspraak.nl