Rb. Noord-Holland 3 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8645
Vpb. Investering in een zeeschip. Artikel 15 Wet Vpb. De fiscale eenheid is van rechtswege geëindigd door het ontbreken van voldoende economisch eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij. Er is sprake van overeenkomsten met een prijsmechanisme, waardoor de aandelen na drie jaar niet tegen de waarde in het economische verkeer worden verkocht, maar veeleer tegen een vaste prijs van € 1. Na een fusie van de moedermaatschappij en de afgifte van een nieuwe beschikking fiscale eenheid is niet opnieuw een fiscale eenheid tot stand gekomen. Belanghebbende heeft niet voldaan aan de informatiebeschikkingen, dat leidt tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Belanghebbende kan zich niet op het verschoningsrecht van artikel 53a AWR beroepen. Het beroep van belanghebbende op het weigeringsrecht slaagt niet. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. De ruling is, gelet op de omstandigheden van het geval, niet te beschouwen als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900, lid 1 BW. Als wel sprake zou zijn van een vaststellingsovereenkomst, dan zou een beroep op dwaling gelet op de omstandigheden van het geval slagen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Noord-Holland 27 november 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:11279
- HR 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1069
- HR 3 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:600
- Hof Amsterdam 14 januari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1203
- HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:962
- HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV3426
- HR 21 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8025
- HR 26 september 1979, ECLI:NL:HR:1979:AM4918