Rb. Noord-Holland 5 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:7902

Klaagschrift ex art. 34i van de Wet op de Kansspelen (Wok). Wel ontvankelijk maar ongegrond. Ontvankelijkheid Op grond van het bepaalde in artikel 34i, vijfde lid, Wok dient een klaagschrift te worden ingediend binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming. De rechtbank gaat er in dit verband vanuit dat de brief van 15 december 2021 als deze mededeling aan de klager dient te worden aangemerkt. Nu het klaagschrift op 14 januari 2022, derhalve binnen een maand na de brief van 15 december 2021, bij deze rechtbank is ontvangen is de rechtbank van oordeel dat de klager in zijn klaagschrift kan worden ontvangen. Ongegrond De Kansspelautoriteit is, naar het oordeel van de rechtbank, terecht tot de conclusie gekomen dat het bedrijf van de klager de betreffende speelautomaat op 6 oktober 2021 exploiteerde zonder vergunning daartoe en het voorts een speelautomaat betrof in strijd met de modeltoelating. In gevolge artikel 34i, vierde lid, Wok vervalt de speelautomaat daarom aan de staat tenzij bij onderhavige rechterlijke beslissing de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd. De rechtbank ziet geen reden het beslag niet te handhaven. Gelet op het voorgaande, en dan met name kijkend naar de feiten en omstandigheden die tot de inbeslagname hebben geleid, is de rechtbank van oordeel dat het belang dat artikel 34i Wok dient, zich tegen de opheffing van het beslag verzet. Het beklag zal ongegrond worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen