Rb. Noord-Holland 13 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:6637
Beroep van eiseres tegen verzoek tot verhoging van de subsidie voor de verbouwing van een school. De rechtbank stelt in de eerste plaats voorop dat – anders dan door eiseres is gesteld – de zorgplicht die verweerder op grond van de Wet op het Primaire Onderwijs heeft, niet zo ver strekt dat verweerder alle kosten die eiseres heeft gemaakt altijd integraal moet vergoeden. Het gaat bij het later alsnog vergoeden van een overbesteding in het kader van nieuwbouw – zoals in casu – naar het oordeel van de rechtbank om een discretionaire bevoegdheid van verweerder, die door de rechter slechts terughoudend mag worden getoetst. Niet gezegd kan worden dat verweerder niet in redelijkheid de verzochte verhoging van de subsidie heeft kunnen of mogen weigeren. Verweerder heeft in het subsidiebesluit van 22 augustus 2019 verplichtingen genoemd waaraan eiseres moet voldoen, waaronder het doen van voortgangsrapportages en melding maken van wijzigingen op de ingediende begroting of ten aanzien van het bestek. Uit het besluit en de bijbehorende bijlage met toelichting blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk dat die melding zo snel mogelijk tijdens het bouwproces gedaan moest worden, en dus niet eerst achteraf bij de financiële verantwoording. Dat die meldplicht niet zou gelden voor een overschrijding van de stelposten, volgt de rechtbank niet. Vast staat dat eiseres bij verweerder niet tijdig melding heeft gedaan van de werkzaamheden die hebben geleid tot overschrijding van de stelposten en het meerwerk. Verweerder is hierdoor voor een voldongen feit gesteld. Daardoor is verweerder de mogelijkheid ontnomen om tijdens het traject te beoordelen of sprake was van een calamiteit, of het redelijke en noodzakelijke kosten zijn en of er alternatieven waren. Ook ontbrak hierdoor de mogelijkheid voor verweerder om te onderzoeken of het meerwerk ook kon leiden tot minderwerk. Dat verweerder er daarom voor heeft gekozen om deze extra kosten niet te vergoeden, valt dan ook naar het oordeel van de rechtbank te billijken. Ten slotte faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl