Rb. Noord-Holland 7 april 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:4656

OB. Eiseres drijft een notariskantoor. De rente die eiseres heeft genoten vanwege het positieve saldo op de derdengeldenrekening vormt de vergoeding voor enige door haar als ondernemer verrichte handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, Wet OB 1968. Het aanhouden van de derdengeldenrekening, en het in verband daarmee genieten van de rente, is namelijk een rechtstreeks, duurzaam en noodzakelijk verlengstuk van de belastbare activiteit van een notariskantoor. De vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onder j, Wet OB 1968 is van toepassing. Er is geen sprake van omzet uit bijkomstige financiële handelingen die op grond van artikel 174, tweede lid, Btw-richtlijn buiten beschouwing kan blijven bij het bepalen van het pro rata. Geen pleitbaar standpunt. Vermindering boetes ivm overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken