Rb. Noord-Holland 4 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3888
De voor een biomassacentrale verleende vergunningen kunnen niet worden ingetrokken met toepassing van het bepaalde in de Wet natuurbescherming (Wnb), omdat het hier gaat om omgevingsvergunningen met een aangehaakte natuurtoestemming en niet om Wnb-vergunningen of een daarmee gelijk te stellen vergunningen. De afwijzing van het verzoek om intrekking berust daarom op een onjuiste formele grondslag. De omgevingsvergunningen (en aangehaakte natuurtoestemming) kunnen indien sprake is van strijd met de Habitatrichtlijn wel worden ingetrokken met toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De rechtbank heeft de afwijzing van het verzoek om intrekking daarom ook inhoudelijk beoordeeld en is van oordeel dat verweerder de afwijzing van het verzoek om intrekking inhoudelijk onvoldoende heeft gemotiveerd. Verweerder heeft er wel op gewezen dat andere maatregelen genomen worden en zullen worden om te komen tot een reductie van stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden, maar heeft dit onvoldoende geconcretiseerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19d NaBW
- Artikel 47 NaBW
- Artikel 1.1 Wm
- Artikel 8.47 Wm
- Artikel 13 Tracew
- Artikel 1a Nbw 1998
- Artikel 9 Nbw 1998
- Artikel 19d Nbw 1998
- Artikel 47 Nbw 1998
- Artikel 47a Nbw 1998
- Artikel 9 Sww
- Artikel 13 Sww
- Artikel 2.5 Wabo
- Artikel 2.27 Wabo
- Artikel 2.29 Wabo
- Artikel 2.31 Wabo
- Artikel 2.33 Wabo
- Artikel 4.2 Wabo
- Artikel 4.3 Wabo
- Artikel 2.7 Wet natuurbescherming