Rb. Noord-Holland 2 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:3696
Betoging “Protestival” van Greenpeace op Schiphol. Beperkingenbesluit en noodbevel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de betoging binnen op Schiphol Plaza in zijn aangekondigde opzet heeft mogen besluiten niet toe te staan. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat de beheersing van bezoekersstromen in het gedrang zou komen indien de betoging binnen op Schiphol Plaza in zijn aangekondigde opzet doorgang zou vinden. Vervolgens lag het, gelet op de op verweerder rustende positieve verplichting een betoging zoveel mogelijk te faciliteren en te beschermen, wel op zijn weg nader te onderzoeken of en zo ja, hoe de bezwaren die kleven aan het houden van de betoging op Schiphol Plaza in zijn aangekondigde opzet, wellicht door beperkingen en/of voorschriften zouden kunnen worden weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat de besluitvorming van verweerder op dit punt tekortschiet. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom het niet mogelijk was geweest een betoging te houden binnen op Schiphol Plaza met beperkingen qua tijd, locatie, vorm en aantallen betogers. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder de beperkingen in aantallen en tijd wat betreft de betoging op het Jan Dellaertplein niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat op basis van de in het noodbevel opgenomen informatie over de feitelijke situatie niet kan worden geconcludeerd dat op het moment van uitvaardiging van het noodbevel sprake was van (vrees voor het ontstaan van) oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen. Ook met hetgeen ter zitting door verweerder en de Koninklijke Marechaussee in aanvulling achteraf op het noodbevel is verklaard heeft verweerder onvoldoende aannemelijk gemaakt dat daarvan ten tijde van het uitvaardigen van het noodbevel sprake was.
De uitspraak op rechtspraak.nl