Rb. Noord-Holland 11 februari 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:1787
WAHV. De kantonrechter is van oordeel dat uit de verklaring van de verbalisant en met name uit de door de verbalisant overgelegde foto’s, voldoende blijkt dat de gedraging is begaan. Uit de bestrating en het ontbreken van belijning kon worden afgeleid dat de betreffende plek geen parkeervak was. Dat parkeren ter plaatse feitelijk mogelijk is, doet daaraan niet af. Dat betrokkene in het bezit is van een vergunning maakt niet dat het voertuig ter plaatse geparkeerd mag worden. De boete is dus terecht opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl