Rb. Noord-Holland 6 juli 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:12454
Voorlopige voorziening jeugdwet. De voorzieningenrechter oordeelt dat het onderzoek, dat aan het besluit ten grondslag is gelegd, niet voldoet aan de daaraan uit een oogpunt van zorgvuldigheid en motivering te stellen eisen. Zo is uit het besluit niet kenbaar of en zo ja, welke discipline van deskundigheid de opstellers van het advies hebben. Verder ontbreekt in het advies een verbinding tussen de bevindingen en adviezen van de behandelaren, die niet worden betwist, en de geadviseerde jeugdhulp. De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening, omdat het belang van de jeugdige de hulp te ontvangen die door de ouders gemotiveerd wordt voorgestaan zwaarder weegt dan het belang van verweerder.
De uitspraak op rechtspraak.nl